50 jaar Zomerfilmcollege!

Film, geschiedenis en educatie: 50 jaar Zomerfilmcollege.

Het Zomerfilmcollege van CINEA, een organisatie die het cinematografisch erfgoed belicht, viert dit jaar zijn vijftigste verjaardag. Dat wil echter niet zeggen dat we aan de vijftigste editie toe zijn, maar het is wel precies vijf decennia geleden dat van 24 juli tot en met 1 augustus 1971, in het Dommelhof te Neerpelt, een groep enthousiastelingen present tekende om een week lang films te bekijken en gerelateerde lezingen te volgen over het toen gekozen thema ‘Van Méliès tot marginale film’.

Het Zomerfilmcollege zag het levenslicht als geesteskind van André Vandenbunder, toen actief als docent aan de universiteit van Antwerpen, het Brusselse filmmuseum (nu CINEMATEK) en aan het RITCS, ideale plaatsen om studenten en sympathisanten warm te maken voor het nieuwe initiatief. Dat bleek ook op die eerste editie, die een heel gevarieerd publiek mocht verwelkomen, gaande van journalisten tot professionelen en studenten.

Een van de aanwezigen op het eerste Zomerfilmcollege was Patrick Duynslaegher, toen uiteraard nog niet artistiek directeur van het Film Fest Gent en zelfs nog niet werkzaam als filmrecensent voor het indertijd nog vrij nieuwe blad Knack. Anno 1971 liep de jonge Duynslaegher nog school waar hij les kreeg van Vandenbunder. Terugbladerend door zijn syllabus uit 1971, herinnert hij zich vooral de fragmenten uit films die getoond werden, met dank aan de collectie van CINEMATEK, wiens Nationale Dienst voor Filmclubs (de voorganger van Cinea) instond voor de organisatie: “In die tijd was dat niet evident en waren dat soort fragmenten soms de eerste en enige manier om met het werk van sommige regisseurs kennis te maken.”

De eerste editie trok meteen een brede waaier aan geïnteresseerden aan: naast een pak studenten, waren ook stemmen aanwezig uit de Vlaamse filmkritiek (oa. Jean-Pierre Wouters van het toenmalige Film & Televisie) en aankomende cineasten zoals Guy Lee Thys. Er waren ook een aantal opvallende gasten die – een beetje los van de eigenlijke lezingen – eveneens bijdroegen tot het college: Robbe De Hert die toen net furore gemaakt had met De Dood van een Sanwichman (1971) en de nu veelal vergeten Nederlandse cineast Frans Zwartjes die zich met zijn korte experimentele films in de kijker had gewerkt. “Die man was op dat moment voor ons een soort Nederlandse Andy Warhol”, aldus Duynslaegher, en zeker een fel opgemerkte aanwezigheid op die eerste editie.

In de loop van de jaren 1970 volgden er twee nieuwe edities in Neerpelt. Er werd ook een Franstalige tegenhanger opgericht, die tot in de jaren 1990 plaatsvond. Vanaf 1981 maakte het Zomerfilmcollege een doorstart en werd een vast tweejaarlijks ritme in het leven geroepen; in 1997 verhuisde het evenement naar Brugge en in 2011 naar Antwerpen. Sinds 2015 vindt het Zomerfilmcollege jaarlijks plaats, met uitzondering van een gedwongen jaar afwezigheid in 2020. Anno 2021 vormen filmgeschiedenis en de collectie van CINEMATEK nog steeds de hoeksteen van het gebeuren. Hoeveel wijzingen er ook waren in die 50 jaar, er is nog niet zo heel veel veranderd aan de kern van het Zomerfilmcollege sinds een enthousiaste student zoals Patrick Duynslaegher er in 1971 nieuwe inzichten opdeed: ook nu beoogt het ZFC nog steeds hetzelfde te bieden aan een even gevarieerd publiek.

Zomercollege 2021 vindt plaats van 22 tot 28 augustus in DE CINEMA in Antwerpen. Bekijk het programma en schrijf je in via deze website

Bekijk ook

Opnames gestart voor Noise!

De opnames van Netflix’ nieuwe psychologische thriller Noise zijn gestart. De Belgisch-Nederlandse film is geschreven door …