Alain Dessauvage : hij komt als je ‘cut’ zegt!

GEEN KAPPER DIE KAN KNIPPEN ZOALS ALAIN!

Als je een topfilm wilt draaien in Vlaanderen, kun je maar beter Alain Dessauvage boeken als monteur.  Die indruk zou je kunnen krijgen als je zijn filmografie bekijkt.  De recentste films waarvoor hij de beelden gemonteerd heeft, zijn ‘Aanrijding in Moscou’, ‘Adem’, ‘Frits & Freddy’ en ‘Rundskop’.  Stuk voor stuk kaskrakers en prijswinnaars.  Het ziet er dus goed uit voor ‘Offline’, de eerste film van Peter Monsaert, die nu nog volop in opname is.  

Alain is wel al de eerste beelden aan het monteren.  ‘Kan handig zijn op de set.  Dan zien ze eventueel of er nog bepaalde scènes of beelden extra moeten worden gedraaid.  Het werkt trouwens gewoonlijk zo.  De monteur zit anderhalve maand in zijn eentje te werken, tracht al een film uit de beelden te halen en dan komt de regisseur er nog anderhalve maand bij zitten.  Om dingen te fine-tunen, accenten te leggen of eventueel scènes te schrappen of de structuur te veranderen.’

(foto : regisseur Peter Monsaert)

Veel kan hij nog niet zeggen over ‘Offline’.  Alleen dat we een heel andere Anemone Valcke te zien zullen krijgen.  Anders, wil hij zeggen, dan de Anemone Valcke die hij zelf maar al te goed kent uit ‘Aanrijding in Moscou’ en ‘Adem’.  Hij ziet haar werkelijk opgroeien en groeien in zijn montagecel.

Misschien eerst eens vertellen hoe het allemaal is begonnen.

“Na het humaniora wist ik niet goed wat te doen.  In mijn jeugdjaren verhuisden we om de haverklap : Brussel, Roeselare, Blankenberge, op internaat in Kortrijk…  Ik zat in de richting economie en het feit dat de man van het PMS nogal gemakkelijk over de optie film heen ging, sprak me wel aan.  Ik kwam dus in het Rits terecht, was er het eerste jaar gebuisd en had er het laatste jaar grote onderscheiding.  De richting BGM, beeld-geluid-montage.  Het laatste jaar is een specialisatiejaar. Dan mag je in feite kiezen wat je wordt.  Dat wijst zichzelf meestal uit, omdat je tegen dan wel voelt wat je ligt. Na mijn studies ben ik bij Ace beland, heb ik vooral reclamefilms gedaan, maar ook videoclips en kortfilms.  Daar heb ik de meeste mensen leren kennen voor wie ik later ook langspeelfilms zou monteren.  Je groeit eigenlijk samen op.  Als je eerst een kortfilm maakt met iemand die nieuwe kansen krijgt op basis van wat hij eerder gedaan heeft, dan zal diezelfde persoon aan je terugdenken.  En zo evolueer en groei je samen.  De langspeelfilms die ik heb gemaakt, waren allemaal films van debutanten, en je merkt wel dat het geestig is om zo een eerste film te doen. Ik heb de indruk dat het een interessante lichting is die interessante verhalen te vertellen heeft.  Het zijn boeiende tijden voor wie in België met film bezig is.   Wat we nu hebben is dat er mensen gaan kijken naar verhalen die niet allemaal vrolijk of makkelijk zijn, zoals ‘Adem’ of Rundskop’.  Als het goeie scenario’s zijn die goed verfilmd zijn met goeie acteurs, dan is het een plezier om als monteur daar op te werken.”

 

Ten tijde van ‘Rundskop’ dachten we : ‘Goed is niet goed genoeg.’

Werk je met al die regisseurs op dezelfde manier?

“Nee, met elke regisseur heb ik een andere manier van werken.  Als ik twee, drie maanden heb, dan ga ik doorgaans ongeveer de helft alleen werken, dat ik al het materiaal goed ken en dat ik ook al een eerste versie, een eerste worp kan tonen. En daar kan dan over gebabbeld worden.  Het is een beetje te vergelijken met wat een architect doet.  Je gaat er naartoe, je vertelt wat je wilt, en die gast zal beginnen tekenen en een paar weken later toont hij een maquette en daar kan je dan over babbelen.  Maar je gaat er niet naast zitten terwijl hij lijntjes zit te trekken.”

(foto : Eva Cools op de set van vorige kortfilm ‘El Camino Del Deseo’)

“Ik heb nu ook een kortfilm gedaan met een jonge getalenteerde regisseuse, Eva Cools, en die wou er van in het begin bij zitten.  Om aan te duiden welke take zij zelf goed vond.   Maar ik bekijk dat liever allemaal eerst zelf. Want het is niet omdat ze dat op de set goed vonden dat ik het daarom goed vind. Eigenlijk kun je alleen je eigen ogen vertrouwen, zonder voorkennis. Dan kan je heel objectief bekijken welk shot, welke take, welke manier van spelen het beste is.  Nee, ik ben geen regisseur. Eigenlijk een beetje schrijver. Het scenario wordt geschreven, het wordt verfilmd door de regisseur, en je schrijft het dan nog een keer. Vooral in de montage blijf je schrijven. Bijvoorbeeld bij ‘De Helaasheid der Dingen’ Nico Leunen heeft dat gemonteerd — was geen enkele scène die in de film op dezelfde plaats zat als in het scenario. Wat logisch lijkt in het scenario blijkt dat niet altijd te zijn eenmaal de gedraaide beelden aan mekaar moeten worden gehangen. Bij ‘Rundskop’ hebben we ook talloze keren scènes verplaatst.  Die flashbacks hebben zowat overal in de film gestaan.  Een keer in het begin, een keer na tien minuten, nu staan ze ongeveer na een half uur.  Op het moment dat je ze echt niet meer verwacht. En dat is dan het dessert, de sterkte.”
Michael Roskam en ik hebben echt zitten zoeken wat de beste plaats was om de kijker met die beelden van vroeger te confronteren.  Op de duur zijn testvertoningen het enige alternatief.  Bij alle vertoningen waren de reacties goed.  Maar we dachten : goed is niet goed genoeg, het moet heel goed zijn. En effectief, toen de flashbacks op de juiste plek stonden, waren de reacties plots nog beter.  Die stellen de film op een gegeven moment in een heel ander daglicht.  Je kunt de hele film herschrijven.  Op een gegeven moment was het een misdaadfilm, maar na een tijd wordt het een karakterstudie.”

‘Een film is goed gemonteerd als je niet merkt dat hij goed gemonteerd is.’

“Monteren is samen met de regisseur verder lijmen aan het verhaal. Je probeert het verhaal op de best mogelijke manier te vertellen. Monteren is iets heel raars. Weinig mensen snappen eigenlijk wat dat is. Je leest wel eens ‘goeie montage’.  Maar wat is een goeie montage?  Een film is goed gemonteerd als je niet merkt dat hij goed gemonteerd is, als je niet bij de montage stilstaat.  Als je meegezogen wordt in het verhaal en opeens merkt ‘hé, de film is gedaan.’ Dus elke goeie film is goed gemonteerd. Als je geboeid blijft kijken, betekent het dat het klopt.’

‘Bij monteren kruipt 80 % van de tijd in 20 % van de film.’

“Ik monteer vrij intuïtief. Wat een monteur uit de jaren zeventig met zijn Steenbeck-machine, op pellicule, niet kon doen.  Die moest echt gaan nadenken. Omdat hij echt moest knippen en dat knippen te lang duurt.  Ze dachten na : hoe zal ik het hier doen en dan zaten ze er soms op, soms niet. Je probeert en je voelt : wat is het best?  Dat is een redelijk intuïtief. Je kunt niet zeggen : ik ga ruimen beginnen en dan ga ik naar een close gaan.  Er zijn daar waarschijnlijk heel wat theorieën over, maar dan nog : je moet dat geval per geval bekijken, cut per cut moet je zien wat het beste werkt.   Het heeft allemaal met emotie te maken.  Zoals Walter Murch zei, de godfather van de monteurs.  Hij heeft zo een rangorde van parameters die belangrijk zijn bij het beoordelen van een cut.  En daarin staat emotie op de eerste plaats.  En continuïteit, het feit of iemands glas in een volgende scène niet voller is dan in de vorige, komt pas een heel stuk daarna. En dat klopt.  Als je echt mee bent in het verhaal, dan ga je die dingen niet zien. De Dogmafilms zijn daar het beste bewijs van.  Superslordig gedraaid, maar je bent mee in dat verhaal. Soms staan mensen plotseling een stoel verder.  Voor het verhaal maakt dat niet uit, omdat dat gewoon goeie scenario’s zijn. Dat is intuïtie hé. Bij monteren kruipt  80 % van de tijd  in 20 % van de film. Eerst zet je alles mooi op een rij.  Dan heb je 80 % van je film.  Maar dan begint het pas. Dan komt de vraag : wat ga ik eruit halen, wat ga ik er in laten?  Misschien moet ik scènes van plaats veranderen?  En om van die 80 % naar de 100 % te gaan, kruipt er meer tijd in. Ik vind dat tweede deel veel boeiender.  Dat is het microscopische werk.  Op een bepaald moment valt alles in de plooi, en dan begin je een film te krijgen.  Als dat moment niet komt, heb je een probleem. Tot nu toe heb ik dat probleem nog niet gehad.  Meestal moet je dat al gezien hebben in het scenario. De vraag is : wat moet je dan doen?  Als het probleem inherent aan de film ligt, kan een verandering van monteur niet helpen.  Elke goeie film is goed gemonteerd, anders zou hij niet goed zijn.  Maar er zijn misschien goeie films die beter hadden kunnen zijn. Of slechte films die goed hadden kunnen zijn, maar die slecht gemonteerd zijn : saai, te langdradig, of te kort, of onbegrijpelijk.  Je zult het niet weten of ze goed hadden kunnen zijn.  Het is een mysterieus, chemisch proces waarvan weinig mensen exact weten wat het inhoudt. Enkel de monteur en de regisseur weten dat.

 

Je werkt graag met debutanten, terwijl beginnelingen afgaande op jouw cv wellicht de vraag niet meer durven te stellen om met jou te werken. Of toch?

“Jawel, ik heb nu twee kortfilms gedaan.  Eentje met Eva Cools, een echt groot talent van 26 jaar en die film is in het Spaans. Mijn moeder is een Argentijnse, dus ik spreek vlot Spaans, en ik ga ook het vervolg doen op ‘Siemiany’ .  Dat was een winnende kortfilm van twee jaar geleden van Philip James McGoldrick, die toen afgestudeerd was aan het Rits. Ik verdien daar niet veel aan, maar die mensen gaan ooit eens een langspeelfilm maken.  Het is fijn om mekaar op die manier wat te leren kennen en mekaars smaken te ontdekken. En ik ben nu dus bezig met de montage van ‘Off-Line’ een lowbudgetfilm van een andere debutant, Peter Monsaert, waarvoor Triggerfinger de muziek gaat doen en Ruben Impens achter de camera staat. En internationaal zijn er wel eens vragen, maar dat is nog afwachten.”

‘Rundskop’ en ‘Adem’ hebben internationaal al iets bewezen.  Groeit dan ook niet de hoop dat je misschien ook wel iets op die internationale markt kunt gaan doen?

 

“Hopen doe je niet echt. Maar je houdt natuurlijk je ogen open. Ik heb onlangs nog op een masterclass gezeten met Mick Audsley, de monteur die de helft van de films van Stephen Frears heeft gemonteerd, maar ook ‘Interview with A Vampire’ van Neil Jordan, ‘Twelve Monkeys’ van Terry Gilliam en ‘Harry Potter and the Goblet of Fire’. En ook Alexander Berner was daar aanwezig, de monteur van ‘Perfum’, , maar ook ‘10.000.BC’, ‘Alien vs Predator’ en ‘The Three Musketeers’. Maar die mannen spreken over heel andere werelden.  Als je in dat Hollywood-systeem terechtkomt, zit je in een fabriekssysteem. Die werken 50, 60 weken aan een film, met 5 of 6 assistenten.  Je moet daar willen in meedraaien.  Ik weet niet of ik daar zin in heb.  Hoewel, het moet wel eens spannend zijn.  Mocht ik de kans krijgen, ik zou het zeker willen proberen. Met de films die we de laatste tijd in Vlaanderen hebben gemaakt, mogen we gerust wat zelfverzekerder gaan zijn.  Misschien moeten we maar eens beginnen met zelf te geloven  dat we de oscars of het WK voetbal kunnen winnen zoals de gemiddelde Nederlander doet, dan zal het vroeg of laat ook gebeuren.”

 

In Oostende werd je het podium opgeroepen omdat je de montage gedaan had voor ‘Adem’, ‘Frits & Freddy’ en ‘Rundskop’. Voor welke film zat je toen te supporteren?

 

“Het zijn heel verschillende films die me allemaal om heel verschillende redenen aanspreken.  Ik vind het geweldig dat Marc Punt aan zijn film is durven te beginnen, zonder dat hij subsidies kreeg.  Je moet het maar doen hé.  Weinigen die dat durven. ‘Adem’ was een heel persoonlijke film van Hans en was zeker heel tof om te doen en ‘Rundskop’ was de eerste film die ik deed, waarbij de structuur zo belangrijk was.  ‘Aanrijding in Moscou’ was redelijk lineair, daar kon geen scène uit.  ‘Adem’ viel ook direct in zijn plooi, maar bij ‘Rundskop’ hebben we echt lang moeten nadenken hoe we het verhaal beter verteld kregen.  Dat is de film waar ik tot nu toe het meest uit geleerd heb.  Maar ik zou nooit hebben kunnen kiezen.  Al was ik blij met al die prijzen voor ‘Rundskop’. “

 

 

Bestaat er in België eigenlijk concurrentie tussen de verschillende monteurs?

 

“Nee, niet echt. Elke monteur heeft zijn eigen regisseur.  Nico Leunen heeft alles van Felix Van Groeningen gedaan. Nico was nu de film voor Fien Troch aan het monteren en dus dinges aan het maken , en daardoor gaat Yoohan Leyssens de film van Felix doen. 

(op de foto : Christophe Van Rompaey) Ik heb ‘Aanrijding in Moscou’ gedaan, maar toen Christophe Van Rompaey zijn nieuwe film ‘Lena’ wou monteren was ik niet vrij en heeft hij het met Nico gedaan.  Er zijn genoeg projecten.  Werk voor iedereen. En een goeie verstandhouding.  Niet dat we hele dagen samen op café zitten, maar we kunnen elkaar bellen als er een probleem is. En er is nu ook montage.be, een initiatief dat Philippe Ravoet (nvdr. monteur van ‘Swooni’, ‘Dossier K’ en ‘Loft’) heeft opgestart naar Nederlands voorbeeld.  Om de zes maanden wordt een monteur uitgenodigd op het Rits of het Insas, om over zijn film te praten en hij wordt daar door een andere monteur geïnterviewd.  Nico is daar over ‘De Helaasheid der Dingen’ gaan praten, Matthieu Cox over de mixage van ‘Les Barons’ en ik ben er over ‘Rundskop’ gaan spreken.  Maar er is geen concurrentie.  Niet echt. Ik denk trouwens dat het onder cameramannen niet anders is. Ik denk dat de problemen elders liggen. Er is te veel talent voor een markt die te weinig kan opbrengen.”

‘Het probleem is dat er te veel talent is.’

“Je hebt een hoop talent dat al één of twee goeie films heeft gemaakt, maar ondertussen is er alweer een nieuwe generatie ambitieuze jongeren aan het aankomen die nu nog op de schoolbanken zitten en ook films willen maken. Een dikke tien jaar geleden werden er maar een paar films per jaar gemaakt.  Toen Hans Van Nuffel aan de filmschool zat, kreeg hij te horen : het eerste ding dat de leraar zei : jullie kunnen vergeten om ooit een film te maken. Maar tien jaar later staat hij er wel met zijn ‘Adem’.  Maar als je dan beseft dat de subsidies iets aan het zakken zijn, dat er volgend jaar slechts geld is voor 6 of 7 films, dan zie je waar het probleem ligt. Als je alleen nog maar de regisseurs opsomt die de laatste twee, drie jaar een goeie film hebben gemaakt, zit je al met een elftal getalenteerde filmmakers.  Plus dan heb je nog de gevestigde waarden die al jaren meedraaien.  En er zijn vast jongens van zestien jaar die zien dat je als Vlaming ook een goeie film kunt maken en die popelen om ook hun verhaal te vertellen.  Hopelijk kan het VAF dat allemaal een beetje bolwerken.  Dat het niet stilvalt.  Maar dat is de eeuwige discussie van geld, budgetten enzovoort.  We hebben een kleine afzetmarkt.”

 

Vandaar het belang van het buitenland. We moeten onze films over de grenzen kwijt kunnen.

 

“De investeringen in het talent hebben hun vruchten afgeworpen.  We beschikken hier in alle geledingen van de sector over heel goeie mensen.  De subsidies zijn hier niet bestemd voor hermetische kunstprojecten die na 2 weken vertoningen voor een heel select publiek opeens verdwijnen.  Pas op, zulke projecten hebben ook hun bestaansrecht.  Maar het fijne is dat wij hier films maken die artistiek interessant zijn, goed gemaakt en knap vertolkt, en er is bovendien een publiek voor.  Dat is vrij uitzonderlijk. In Nederland is het anders, zei Roskam onlangs nog. Daar is het ofwel voor breed publiek, platte publieksfilms of wel artistiek. Super hermetisch.  Niets tussenin. Bij ons heb je een publiek dat graag films ziet van hier die internationaal alsmaar beter scoren.”

 

Welke cameraman zijn beelden monteer je het liefst?

“Ze zijn allemaal goed.  Nicolas Karakatsanis is heel inventief en dat is wel leuk om te zien. Ruben Impens is ook super.  Nee, op dat vlak hebben we ook niet te klagen. Het is allemaal goed gefilmd.  Op technisch vlak moeten wij op geen enkel vlak onderdoen, ondanks het feit dat we het in vergelijking met de grote internationale producties met belachelijk lage budgetten doen.  Op geen enkel vlak eigenlijk. Het is geen toeval dat onze films constant met prijzen uit het buitenland naar huis komen.”

Je zit wel vaak in het donker natuurlijk.  Blijf je dit nog lang doen?

” Het is nog altijd heel fijn. Het is in wezen een plezier. Je bent met een interessant ding bezig. Reclame verdient dan wel beter, maar is in essentie much ado about nothing.  Maar film is anders. Mensen gaan daar speciaal voor het huis uit en komen de zaal anders buiten dan ze zijn binnengegaan. Ik vind het wel fijn om deel van dat proces te mogen uitmaken. Gewoon een fijne job  Zolang ik het leuk vind, blijf ik het doen.”

 

 

Bekijk ook

Meltse Van Coillie en Harm Dens over Nocturnus!

Op 2 december gaat het Kortfilmfestival in Leuven weer van start, één van de geselecteerde …