Home / Nieuws / Interviews / Docville : Ibbe Daniëls over ‘Rêve Kakudji’

Docville : Ibbe Daniëls over ‘Rêve Kakudji’

Dat Ibbe Daniëls vroeg of laat een bioscoopdocumentaire zou draaien, was eigenlijk te voorspellen. Niet dat de tv te klein voor haar geworden was, maar als ze zich dan toch echt helemaal gooit, waarom dan ook niet meteen het grote werk. Pas op, ze heeft al vaak groot werk voor het kleine scherm gemaakt. Feit is dat documentaire haar ding is. Ze herkent verhalen die eruit springen en ze weet, voelt hoe ze die verhalen verteld krijgt.

Ibbe Daniëls

Wie vaak op Canvas afstemt, heeft haar beelden al wel vaker zien passeren. Zo heeft ze verschillende afleveringen van Belpop geregisseerd, maar draaide ze ook commercials envideoclips voor tal van bands. ‘Futur Simple’ was de eerste documentaire waarvoor ze samenwerkte met journalist Koen Vidal, chef buitenland bij De Morgen. Als Afrika-specialist geeft hij ook les aan de Gentse Universiteit en de Europese Erasmusschool voor Journalistiek. Het was hij die met het onderwerp van de film kwam aanzetten. Min of meer.

 

Met ‘Rêve Kakudji’ vertellen Ibbe en Koen het verhaal van een achttienjarige uit de sloppenwijken van Lubumbashi, die alles in het werk stelt om zijn ambities (of zijn het dromen?) waar te maken. Hij is achttien en wil operazanger worden. Hij trekt ook naar Europa, maar daar komt hij terecht in een witte elitaire wereld.

 

Vertoning : 9 mei om 20 uur in Cinema Zed. Ibbe Daniels zal de film zelf inleiden. Maar ze was zo vriendelijk om vooraf al onze vragenlijst in te vullen.

 

Hoe bent u ertoe gekomen om uw film te maken? Was het vooral het onderwerp dat u aantrok?

Serge Kakudji is m’n pad gekruist 3 jaar geleden. Koen Vidal en Stephan Vanfleteren brachten me met hem in contact naar aanleiding van hun boek over Congo en we maakten filmopnamen. Het beeld van een zwarte contratenor liet me niet los en ik zag hierin een mooi verhaal. Ik ben, zoals meestal, erg impulsief te werk gegaan. Vaak begint een idee vanuit 1 beeld of impressie. Bij deze niet anders. Een televisiereportage vond ik te vluchtig. Het leek me voor de eerste keer te kloppen een lange documentaire te maken. De rest ging vanzelf.

Was het verhaal moeilijk in beeld te brengen?

Er waren heel veel parameters om mee rekening te houden. De film werd gefilmd in 5 verschillende landen, dus praktisch was het niet eenvoudig. Eigenlijk werd de basis voor het scenario gemaakt door het uitkiezen en plannen van de draaidagen. En dan maar hopen dat je inpikt op de juiste momenten in Serge’s leven, wat vaak moeilijk in te schatten was. Hij woont niet naast de deur, regelmatig afspreken was moeilijk. En het gevaar bestond er dat hij zijn eigen verhaal ging filteren. Dat wilde ik vermijden en dus was het belangrijk m’n antennes juist te richten. Soms had ik schotelantennes nodig.


De filmstijl, de cameravoering, de inhoudelijke accenten heb ik wel vrij snel vastgelegd. Telkens gevoelsmatig. De slowmotion scene in Congo is bijvoorbeeld ter plekke bepaald.

Het allermoeilijkste vond ik de montage. Alles in balans brengen, tempo bepalen, karakters aflijnen, waken over subtiliteit en duidelijkheid, op zoek naar contrasterende emoties.

 

Hebt u de film met grote middelen gedraaid?

Ik koos ervoor het aantal draaidagen te beperken, maar te kiezen voor een topploeg en een REDcam met vaste lenzen. Sommigen vinden dat een risico of een vreemde keuze, maar voor mij is dat heel natuurlijk.

 

Wie hanteerde de camera? Wie deed het geluid? De montage? Is de samenwerking goed verlopen?

Pascal Braeckman
Thomas Fadeux

Ik had deze film nooit kunnen maken met andere mensen:. Cameraman Thomas Fadeux is mijn zicht. We zitten op dezelfde lijn, denken aan dezelfde snelheid en hebben dezelfde smaak…Pascal Braeckman deed de klank. Hij is niet alleen een uitstekende klankman, ik voel me ook thuis bij Pascal. Thomas en Pascal hebben al heel wat van de wereld gezien en blijven overal lol trappen. Dat is, behalve hun talent, minstens zo belangrijk. Samen met Raf Serneels heb ik me weken opgesloten in een montagecel bij hem thuis. Raf en ik vinden elkaar in onze nuchtere en grondige aanpak. De montagecel leek een soort oververhit labo. Het is voor ieder van ons een eerste bioscoopdocumentaire en ik ben apetrots op hun werk.

 

Is er veel tijd gegaan over de ontwikkeling van het project?

Dat viel mee denk ik. Tussen het idee en de film in zijn huidige versie is 3 jaar gegaan. Ik moet wel toegeven dat ik als een stier op een rode lap stof, het verhaal wou aanvallen. Maar heb braaf gewacht tot ontwikkelingsdossier en productiedossier van het VAF waren goedgekeurd.

 

Ziet u zichzelf als documentairemaker? Of bent u een filmmaker die zich ook aan fictie zal wagen?

Ik hou het meest van documentaire verhalen, in een fictievorm. (Letterlijk dan, in beeldtaal.) Dus die een duidelijke signature van een maker draagt.

Ik sluit geen fictie uit, maar het is geen doel op zich. Een goeie film maken wel.

Waarom moeten mensen volgens u absoluut uw film zien?

Ik merk dat ik een film heb gemaakt waar iedereen z’n eigen versie uit haalt , en dat vind ik een mooi compliment. Het is geen saaie film. Lach en traan botsen er tegen elkaar.

 

Documentaires worden alsmaar vaker vertoond in het reguliere circuit. Hoopt u op een bioscooprelease of zit dat er niet in? Hebt u ook internationale ambities met uw film?

Het productiehuis Offworld is bezig met het verzenden naar allerlei festivals. Dus dat is nog afwachten.In het najaar wordt de film in Vlaanderen in de bioscopen vertoond via Dalton Distribution. Daar ben ik bijzonder blij om.

Zie ook :

de site van de film

de site van Docville

Sander Vandenbroucke over ‘Brussels Express’

Bram Conjaerts over ‘The Circle’

Vincent Coen en Guillaume Vandenberghe over ‘Cinéma Inch’Allah’

Steven Dhoedt over ‘State of Play’

Liesbeth De Ceulaer over ‘Behind the Redwood Curtain’

Jozef Devillé over ‘The State of Belgium’

Bekijk ook

Easter Eggs winnaar op Anima!

Het Anima Festival zit er weer op voor dit jaar, één van de grote winnaars …