Home / Nieuws / Interviews / Docville : Steven Dhoedt over ‘State of Play’

Docville : Steven Dhoedt over ‘State of Play’

Weinig documentaires op Docville zullen zo’n origineel en ongewoon onderwerp hebben als dat van ‘State of Play’, de documentaire van Steven Dhoedt die zich in Zuid-Korea afspeelt. De film beleeft er zijn wereldpremière op zaterdag 4 mei om 19u45 in de Soetezaal van ’t Stuk in Leuven.

Ieder jaar trekken duizenden Zuid-Koreanen naar de verschillende gaming halls in Seoel om de Pro League Competitie bij te wonen van ’s lands favoriete computerspel: Starcraft. Het spel is al 10 jaar oud, bijna antiek in de snel evoluerende wereld van computer games, maar in Zuid-Korea is het uitge- groeid tot de nationale sport. Allemaal dromen ze ervan om nationaal kampioen te worden, maar dat is moeilijker dan het op het eerste zicht lijkt. Zoals alle populaire amusement, is ook de eSport een miljoenen business geworden. ‘State of Play’ volgt die pro gamers voor wie het ‘spel’ een ‘job’ is geworden.

Terwijl hij dag en nacht aan het werken is om zijn documentaire af te krijgen voor de wereldpremière, was Steven toch bereid om nog even onze vragenlijst in te vullen. En hij deed dat met de nodige zorg en diepgang. Waarvoor dank.

Hoe bent u ertoe gekomen om uw film te maken? Was het vooral het onderwerp dat u aantrok?

 

“‘State of Play’ is een film over professionele gamers in Zuid-Korea. Ik ben zelf altijd een fervente gamer geweest, hoewel ik daar de laatste jaren minder en minder tijd voor heb.

Ik heb nooit gehouden van de manier waarop gaming vaak wordt behandeld in de mainstream media: als een kinderachtig tijdsverdrijf, of zelfs de nieuwe ‘boogeyman’ (na films en comics) die de jeugd in het verderft stort, verslavend is en passief maakt. Het is meer en meer het medium van de toekomst en staat op dit moment nog steeds in haar kinderschoenen. Dat is er net zo fascinerend aan. Alles is nog mogelijk.”

“Ik ben in contact gekomen met het fenomeen van professioneel gamen in 2007 toen ik research deed voor een andere documentaire. In 2009 ben ik een eerste keer ter plaatse gaan kijken in het eSports stadium van Seoul en in de weken, maanden erna begon het verhaal langzaam vorm te krijgen. Ik wou de eSports als een volwaardige sport tonen, want dat is het voor mij ook. Misschien niet even fysiek als voetbal of rugby, maar het vraagt in elk geval even veel inzet en doorzettingsvermogen om aan de top te geraken.”

Was het verhaal moeilijk in beeld te brengen?

“Het vertrouwen winnen van de teams, van de drie jongens in de film en hun families was het moeilijkste. Het fenomeen was in het verleden door buitenlandse ploegen al vaak sensationeel in beeld gebracht en ze stonden weigerachtig tegenover mij. Ze begrepen ook niet goed dat ik best wel van plan was om hen voor een lange periode te volgen. Een ploeg van CNN of BBC strijkt bijvoorbeeld neer voor een week, schiet zoveel mogelijk, en verdwijnt dan weer. Ze gingen ervan uit dat ik hetzelfde van plan was. Ik denk dat het ongeveer een jaar heeft geduurd tot iedereen begreep wat onze bedoelingen waren.”

Hebt u de film met grote middelen gedraaid?

“Een bescheiden budget als je het vergelijkt met fictiefilms, maar voor een documentaire zeker voldoende. De film heeft steun gekregen van het VAF, MEDIA en het is een co-productie met Korea, waardoor we gefinancierd zijn door de Seoul Film Commission en andere Koreaanse filmfondsen. Breng dit allemaal samen en je hebt een heel werkbaar budget. Het eerste jaar was het moeilijkste omdat we toen echt met quasi geen middelen zijn beginnen draaien. Noodzakelijk, want in die periode hebben zich heel interessante ontwikkelingen binnen de scene afgespeeld.”

Wie hanteerde de camera? Wie deed het geluid? De montage? Is de samenwerking goed verlopen?

“Ik heb voor het grootste deel zelf camera/geluid gedaan, simpelweg omdat een ploeg van drie nooit zou gewerkt hebben. Het was al moeilijk genoeg om toegang te krijgen tot deze vrij gesloten wereld. Ikzelf en mijn Koreaanse productieleider/tolk David Kim waren eigenlijk de vaste ploeg ter plaatse. Daarnaast heb ik wel een paar keer samengewerkt met bevriende cameramannen in Seoul toen ik zelf niet in het land was en we dringend moesten filmen.

De beeldmontage is gedaan door Gert Van Berckelaer, tevens producent van de film. Zoals elke creatieve samenwerking, denk ik, gaat deze met ups & downs. De montage was zwaar aangezien we heel lang moeten zoeken hebben naar de juiste narratieve structuur. Drie personages samenbrengen en een coherent geheel vormen, dialogen in een taal die je niet echt begrijpt, en heel veel scenes; het was geen evidentie. Gert heeft op dat vlak fantastisch werk geleverd en heeft niet alleen beeldend, maar ook narratief altijd verder gesleuteld. De geluidsmontage en sound design is gedaan door Raf Enckels, wat mij betreft een vaste waarde. Muziek werd gemaakt door Regina To, componiste en pianiste. Samen hebben ze wat mij betreft de finishing touch aan de film gegeven. Geluid blijft 49% (of was het 51%?) van de film… . Uiteindelijk ligt de film er en is iedereen tevreden.”

Is er veel tijd gegaan over de ontwikkeling van het project?

“Bij een documentaire is het soms moeilijk te zeggen wanneer de ontwikkeling stopt en de productie begint. Het vloeit naar mijn gevoel allemaal in elkaar over.

heeft het lang geduurd voor het budget rond was? Natuurlijk. Dus in dat opzicht was het een lange ontwikkeling. We hebben de film een eerste keer gepitched op Doc In Europe in Italie, en dat dateert al van 2009. 2 jaar laten hebben we gepitched op IDFA. Eigenlijk ben je dan nog steeds officieel in ontwikkeling…”

Wat hoopt u met uw documentaire te bewerkstelligen? Heeft u meer ambities dan louter uw film aan de mensen te laten zien?

“Hoe meer mensen hem kunnen zien hoe beter. Vooral ook bij het game-publiek is er zeker een nood aan goeie films over games & gamers en voor hen is deze film ook deels gemaakt. Daarnaast ook voor een publiek voor wie dit fenomeen volledig nieuw is, maar dan vooral zodat mensen kunnen begrijpen ‘what it takes’ om in dit circuit te kunnen meedraaien. Heel vaak worden de Koreaanse gamers stereotiep in beeld gebracht. In de trend van “Kijk eens naar die geschifte Aziaten…”. Maar achter die voor de hand liggende façade ligt een wereld die die diep geworteld is in de locale cultuur en die ook enkel daardoor is kunnen ontstaan. Esports is ook al lang geen Aziatisch fenomeen meer. Parijs, Stockholm, Los Angeles, overal ter wereld lopen tegenwoordig stadiums vol met fans om naar hun favoriete spelers te kijken.”

Ziet u zichzelf als documentairemaker? Of bent u een filmmaker die zich ook aan fictie zal wagen?

“Ik ben afgestudeerd op de richting Fictie/optie regisseur op het RITS in Brussel. Daarna ben ik documentaires gaan maken. Fictie of non-fictie, het blijven allemaal films. De verschillen zijn navenant; het hangt er gewoon van af wat elk verhaal vraagt. Sommige dingen kunnen nooit in docu-vorm worden gemaakt en vice versa. Ik heb me al aan fictie ‘gewaagd’, en sluit dat verder ook niet uit. Wat niet weg neemt dat ik waarschijnlijk altijd wel voorstander ga blijven van kleine ploegen. Wat wel vast staat is dat ik zeker ook een game wil ontwikkelen in de nabije toekomst. Indie-games zijn, wat mij betreft, een grotere uitdaging dan welk fictie/non-fictie project ook.”

Wat is voor u het belang van Docville?

“Het is een van de weinige festivals in Belgie die volledig in het kader staan van de documentaire. Belangrijk, tout court, en het festival gaat een mooie toekomst tegemoet.”

 

Waarom moeten mensen volgens u absoluut uw film zien?

“Geen idee. Dat kan iedereen best zelf uitmaken.”

Documentaires worden alsmaar vaker vertoond in het reguliere circuit. Hoopt u op een bioscooprelease of zit dat er niet in? Hebt u ook internationale ambities met uw film?

“Dat hopen we. De komende maanden zullen wel uitwijzen of een bioscooprelease er inderdaad komt of niet. Het zou fijn zijn, maar eenvoudig is het niet. Afgaande op de talrijke verzoeken van game-fanaten over gans de wereld zijn de internationale ambities in elk geval al ingelost. En natuurlijk hoopt iedereen dat de film na Docville een mooi festivalparcours mag meemaken.”

zie ook :

de site van Docville

de site van de film

Sander Vandenbroucke over ‘Brussels Express’

Ibbe Daniëls over ‘Rêve Kakudji’

Bram Conjaerts over ‘The Circle’

Steven Dhoedt over ‘State of Play’

Liesbeth De Ceulaer over ‘Behind the Redwood Curtain’

Jozef Devillé over ‘The State of Belgium’

 

Bekijk ook

Bekijk De Bom van Robbe De Hert!

Vanaf vrijdag 22 januari zijn kernwapens illegaal onder het internationaal recht, om dat te vieren …