Home / Nieuws / Festivals / Eric Goossens over ‘Another Day of Life’

Eric Goossens over ‘Another Day of Life’

Het gebeurt niet vaak op het Filmfestival van Cannes dat een animatiefilm in de Officiële Selectie wordt opgenomen.  Dat alleen al zegt genoeg over ‘Another Day of Life’.  Een film met een grote Belgische inbreng. Eric Goossens van ‘Walking the Dog’, het Belgische productiehuis dat een heel sterke inbreng had in deze Pools-Spaanse coproductie, is trots op het resultaat. “Er kan altijd wel iets aan verbeterd worden,” zegt hij, “maar dit is echt een project waar we mee kunnen uitpakken.”  En ze hadden daar al wel één en ander om mee uit te pakken.  Sinds Eric Goossens en zijn kompaan Anton Roebben in 2000 ‘Walking the Dog’ uit de grond stampten, drukte het bedrijf zijn stempel op maar liefst 15 langspelers, tal van kortfilms en enkele tv-reeksen.  En het is intussen ook al de derde keer dat ze erbij zijn in Cannes.  ‘Another Day of Life’ is een heel ambitieuze film, gebaseerd op het relaas van de Poolse sterreporter in Angola. Voor Eric Goossens naar Zuid-Frankrijk vertrok, troffen we hem nog even in Brussel.

 

Waarom had dit verhaal animatie nodig?

De Poolse sterreporter trok jarenlang naar de gevaarlijkste oorden ter wereld en stak vaak zijn nek zo ver uit dat zijn literair aandoende verhalen zowel door literatuurliefhebbers als politici van over de hele wereld gretig werden verorberd. Was er niemand die hem van verraad kon betichten, op zijn manier was hij een klokkenluider, die de wereld de hele tijd wakker trachtte te schudden.  Helaas kwam er een pijnlijke smet op zijn blazoen toen hij ervan beticht werd af en toe zijn verhalen op te smukken. Maar toen hij in 1975 ‘Nog een dag’ schreef, stond hij boven alle verdenking. De film is als het ware ook een soort eerherstel. Want het documentaire gedeelte van de film haalt niet alleen enkele van zijn oude collega’s voor de camera, die zich met hem in het heetst van de strijd waagden, ook mensen die in zijn verhaal aan bod kwamen, spreken met alle respect over die roekeloze reporter die vaak zijn eigen hachje waagde om de wereld te laten zien wat te gevaarlijk was om te tonen.  Aanvankelijk denk je dan ook: waarom niet een gewone documentaire? Waarom had dit verhaal animatie nodig?

Eric Goossens: “Het was een bewuste keuze van in het begin om er een hybride documentaire van te maken waarin animatie met docu vermengd zou worden. Maar vooral op de momenten dat de strijd losbarst, of dat mensen door angst overmand worden, zie je wat animatie kan doen. Het is ook heel delicaat hé. Je gaat soms te ver. Het moet ook geen spektakelfilm zijn. Maar de man die voor het grafische gedeelte instond, Damian Nenow, had onder meer een kortfilm gemaakt, ‘Paths of Hate’ waarin hij alle toeters en bellen bovenhaalde. Maar het was ook deels onze rol om hem te temperen. Om te zeggen: ‘Dit of dat zouden we niet doen met animatics.’  Hij heeft tot het allerlaatste moment gemonteerd.”

Stop met pixelfucken

Wat was nu eigenlijk jullie concrete rol?

Eric Goossens: “Zonder pretentieus te willen klinken, durf ik te stellen dat we een heel grote rol hebben gespeeld. Dat ging van het scenario meelezen over het doseren van bepaalde sequenties, tot de look and feel mee bepalen. Op basis van de trailer die ooit gemaakt is hebben wij samen met Damian en de productiemaatschappij Platije in Polen een inbreng gehad in bijna alles wat je ziet: de kleuren, de achtergronden, de lijnen, ook de hallucinerende fragmenten hebben wij grotendeels uitgewerkt.  In Polen is vooral de motion capture gebeurd, het capteren van de acteurs. De acteurs zijn gecapteerd, die opnames werden uitgezuiverd, en naar de Filippijnen gestuurd, en daarna zijn ze gaan heranimeren. Want als je dat capteert is het té realistisch. Je moet het terug naar animatie brengen. En dan zie je voldoende foutjes. Maar zij hebben dan de boel eigenlijk opnieuw geanimeerd. Buiten het grafisch design. We hebben met een honderdtal mensen toch een dikke anderhalf jaar op de film gewerkt. Op een bepaald moment dreigde het project helemaal te ontsporen. Want Damian kon niet stoppen. Die begon dan, wat wij noemen, te ‘pixel-fucken’. Op een bepaald moment was het van: ‘Die lijn is nog te dik’. En dan zeg je: ‘Jaja, dat zie ik ook wel, maar we hebben geen geld meer.’ Tot we de productie op een gegeven moment op mijn bevel hebben stopgezet. Ik zei: ‘Anders gaan we de muur in.’ In het begin hebben we 8 maanden op 2 sequenties gewerkt en moesten we er nog 580 doen. Ik herinner me nog, ‘sequence 15’. Toen heb ik me kwaad gemaakt en heb ik gezegd: ‘Nu is het goed geweest jongens.’ Maar het probleem was dat de financiële trailer zo goed was, dat je in de film niet constant dat niveau kon aanhouden, want dan zouden we nog enkele jaren bezig geweest zijn en zou alles onbetaalbaar geweest zijn.  Toen hebben we een compromis gemaakt, hebben we gezegd: ‘We gaan de film afmaken. En als er dan nog tijd en geld is, zullen we de retouches doen.’ En die zijn er gekomen. Maar we hebben echt wel op tijd op de rem moeten staan.”

Wie binnen ‘Walking the Dog’ is dan bevoegd voor het eigenlijke animatiewerk?

Eric Goossens: “In de eerste plaats mijn collega Anton Roebben. Maar de hele ploeg eigenlijk. Ik zeg het, we hebben er met 100 mensen op gewerkt. Voor het creatieve krijg je een blad met instructies over de richting die je moet uitgaan en die moet je dan interpreteren. Dat kan van alles zijn. Alle landschappen die je ziet in de film, dat lijkt alsof het getekend is, maar dat is eigenlijk in 3D gebouwd. Tot wij op een bepaald moment hebben gezegd: ‘Jongens, dat is verloren tijd, we kunnen dat gewoon met pure schilderijen, ‘matte painting’.  Dus onze interpretaties hebben wij dan uitgevoerd, natuurlijk iedere keer met het fiat van de hoofddesigner in Polen. Het is zoals je bij een bouwwerk de plannen krijgt van de architect en je bij de uitvoering van de werken iedere keer nog zelf bepaalde beslissingen moet nemen omdat het op de tekening niet allemaal staat aangegeven. De enige keer dat het er anders toeging was bij ‘A Monster in Paris’. Daar waren de print-outs, de visuals, de keyshots, zo gedetailleerd, dat je een idioot moest zijn om achteraf nog vragen te stellen. Maar hier waren er, onder meer omwille van het volume, veel minder aanwijzingen.”

Ruggesteun voor de hele animatiesector

Eric Goossens: “Het was een heel makkelijk te financieren project.  De trailer was heel sterk. Maar de uitvoering was een ander paar mouwen. Ik herinner me nog dat we vorig jaar een paar maanden voor Cannes dachten: ‘Dju, Cannes zal niet meer lukken.’ Nu goed, dat wisten we wel. Maar toen kwam Berlijn en daar nam men de film niet. Toen waren we wel wat teleurgesteld. Want Berlijn is een veel meer een politiek festival van Cannes. Eigenlijk verwacht je deze film meer op zo’n festival. Maar we zijn blij dat we in Cannes zitten. Het is een ruggesteun voor de hele internationale animatiesector. En het is niet alleen maar een politieke film. Je hoeft niet alle details van de Koude Oorlog te kennen, je moet niet bekend zijn met het verhaal van Angola. Het is ook een beetje een liefdesverhaal.  Er is echt een romance geweest tussen Kapuscinski en Carlotta. En de Koude Oorlog, dat blijft een verhaal van deze tijd.  Als je ziet hoe het er in Syrië toegaat. Die ‘confusão’ van Angola, waarbij je op de duur niet meer wie bij wie hoort, vind je daar ook terug. En wat Kapuscinski deed, was het humaniseren van de oorlog. Hij was niet de objectieve Rudi Vranckx, maar eigenlijk zei hij: ‘Fuck, ik ben ook maar een mens.’ Er zitten tal van thema’s in de film. Het verhaal speelt zich af in Angola. Het gaat even goed over Kongo. Over de 4 miljoen mensen die ooit uit Angola gehaald zijn als slaven. Door een land, Portugal, dat toen maar 1 miljoen inwoners had. Eigenlijk is er nog niets veranderd.  Afrika blijft geplunderd worden. Dat was één de zaken die Kapuscinski aan de kaak wou stellen.  Ik moet toegeven dat ik voor dit project niet vertrouwd was met zijn werk. De film is net voor Cannes nog getoond aan Farrusco, Luis Alberto en nog enkele figuren die in het documentaire gedeelte in levende lijve te zien zijn, en de reacties waren heel goed.  Ze waren heel tevreden. Benieuwd nu hoe de Polen gaan reageren. Want daar is het regime de laatste jaren ook behoorlijk rechts geworden. De baas van het filmfonds is er ontslagen. En de Amerikanen, ja, de CIA komt er niet proper uit. Oorlog was toen natuurlijk nog een heel andere zaak.  Nu heeft iedereen een smartphone op zak en komen er altijd beelden naar buiten. Toen bracht Kapuscinski zaken aan het licht die niemand zich kon inbeelden.”

De hoeveelste keer is het dat Walking the Dog in Cannes zit?

 

Eric Goossens: “De eerste keer was in 2003 met ‘Les triplettes de Belleville’. Ik wist toen nog niet wat een smoking was. In 2013 met ‘The Congress’ van Ari Folman en nu.  Maar sinds de aankondiging van de selectie in Cannes hebben we ook een uitnodiging binnen voor Annecy, ’s werelds belangrijkste animatiefestival, en we zullen ook in San Sebastian te zien zijn. Daarmee zullen we wellicht vertrokken zijn.  Want begin maar hé, een animatiefilm van Raúl de la Fuente, een onbekende documentairemaker uit Baskenland. Hij had een paar mooie films gemaakt, maar niemand weet wie hij is. Maar je zag een man met passie, die uitermate gefascineerd was door de figuur van Kapuscinski. Dat boek over Angola had hij wellicht tien keer gelezen. Op een bepaald moment besliste hij: ‘Dit is voor mij een mooi canvas om het verhaal te vertellen dat ik wil vertellen’. Voor ons is deze film een mooi orgelpunt. Een project met een hoog integriteitsgehalte, met documentaire beelden, en met veel aandacht voor de animatie.  Heel Europees ook.  De samenwerking over de grenzen heen is zeer goed verlopen. Hoopgevend voor de toekomst van de animatie in Europa. We moeten nu echt wel die community bij mekaar zien te houden.  Want we zijn nu gevraagd door Ari Folman, de man van ‘Waltz with Bashir’ om de productie van de volledige film ‘Anne Frank’ op ons te nemen, samen met twee satellietstudio’s, een zusterbedrijf in Luxemburg en ‘Submarine’, het Nederlandse bedrijf van Bruno Felix. Ari gaat zich installeren in Brussel.  Dat belooft opnieuw een groot avontuur te worden.”

Bekijk ook

‘When Arabs danced’ van Jawad Rhalib ook in Toronto

Jawad Rhalib werd in Marokko geboren in 1965 als zoon van Belgisch-Marokkaanse ouders. HIj behaalde …