Evelien Bosmans, of hoe een klein meisje een Grote Dame wordt.

Ze is klein, ze is fijn, ze is jong, ze weet wat ze wil en wat ze wil dat kan ze.  Evelien Bosmans is een straffe jongedame.  Voor veel tv-kijkers is ze in korte tijd een vertrouwd gezicht geworden, door haar rollen in ‘Rang 1’ en ‘Red Sonja’, theaterfanaten konden haar al aan het werk zien in de Bourla met FC Bergman en na haar vertolking in ‘Groenten uit Balen’ zal het ook niet lang meer duren voor alle filmliefhebbers haar kennen. Want wat ze in die film doet, is zondermeer indrukwekkend.  Je ziet haar opgroeien voor je ogen.  Eerst leunt ze nog dicht aan tegen de puberteit, dan is een jongedame die niet van plan is het leven te ondergaan. Was ‘Groenten uit Balen’ van Walter Van den Broeck oorspronkelijk nog een razend populair toneelstuk dat zich afspeelde binnen de muren van het gezin Debruycker, de film breekt buiten die muren en vertelt een groter verhaal.  Daarin staat de jonge Germaine centraal, die op het punt staat het leven te ontdekken, terwijl haar vader, Jan, tegen zijn zin in een staking betrokken geraakt en bang is dat hij geen eten voor zijn gezin meer op tafel zal kunnen brengen en tekort zal schieten in zijn rol als voorbeeldige huisvader.  En die jonge Germaine, dat is natuurlijk Evelien Bosmans.  Zij spreekt net als de rest van de cast plat Kempisch, het dialect van de Kempen.  Al heeft ze dat moeten leren, zo vertelt ze.

 

“Ja, ik ben uit de streek, van Mol, maar ik heb nooit dialect gesproken.  Mijn ouders hebben me opgevoed in het algemeen Nederlands. Mijn moeder stond in het onderwijs en vond het normaal om algemeen Nederlands met ons te spreken. Maar als je die klanken hier en daar opvangt in je jeugd, blijven ze blijkbaar wel ergens hangen, want het was niet zo moeilijk om dan uiteindelijk met die tongval te spreken.”

 

Kende u het stuk van Walter Van den Broeck?

 

“Nee, ik hoorde pas achteraf dat geen enkel toneelstuk vaker is opgevoerd in Vlaanderen. Ik denk dat het vooral populair in amateurkringen.  Ik ga heel veel naar theater kijken, maar meestal niet naar amateurtheater.”

 

Het stamt gewoon nog uit de tijd dat ieder gehucht een eigen toneelkring had.  Maar er waren ook professionele gezelschappen die het opvoerden.

 

“Dat wist ik niet.  Dat zal van voor mijn tijd zijn.”

 

Alles is van voor uw tijd. Hebt u moeten vechten voor die rol?

 

“Nee. Ik heb gewoon een auditie gedaan.  Ik hoorde wel dat ik de laatste was van wie ze een auditie hebben afgenomen. En ik had die rol.”

 

Had u het scenario gelezen?

 

“Jaja, tuurlijk. Ik vond het meteen super.  En ook dat het in dat dialect was dat ik niet machtig was, was een uitdaging.  Ik voelde ook meteen dat ik dat dialect wel aankon. Maar na de auditie dacht ik : ‘Ze zullen mij niet moeten hebben.’ Dat denk ik na iedere auditie.  Het was dus best wel een verrassing.”

 

De film is een sociale komedie.  Een genre dat zeker niet van deze tijd is.

 

“Vind je hem gedateerd?”

 

Nee.  Het is veeleer een film van een tijdloos genre dat we hier sinds lang niet meer gezien hebben.

 

“Zeker niet in Vlaanderen.”

 

U staat dichter bij de jonge generatie.  Denkt u dat het makkelijk zal zijn om de jeugd warm te maken voor deze film?

 

“Ja, ik denk van wel. Het is enerzijds een historisch document en dat is al top en anderzijds is het een film die heel toegankelijk is.  Ik heb hem in mijn vriendenkring al wat laten zien en ik voel dat mijn leeftijdsgenoten er heel makkelijk in meegaan. Hoewel het zich 40 jaar geleden afspeelt, voelen ze zich verbonden met die personages. Het draait toch vooral om de liefde tussen die figuren, de menselijke verhoudingen, en dat is universeel,  van alle tijden.  En de komedie die er in zit…   Of hoe zeg ik dat?  Het is geen pure komedie. Er wordt groot gespeeld, zeker voor de Vlaamse cinema.  En dat helpt.  Vanaf de eerste lach ben je toch al mee?  Nee?”

 

Absoluut.  Maar ziet u het ook als een protestfilm?  Of is het gewoon een film die even een greep doet in de realiteit van de vroege jaren zeventig?

 

“De film pretendeert in ieder geval nooit om een aanklacht te zijn. Het is zoals je zegt : een moment dat er even uitgelicht wordt en waar je als kijker mee kunt doen wat je wilt.  Doe maar.  En als je er iets in ziet dat toepasbaar is in je eigen leven, des te beter.  Maar wij willen je niet sturen.”

 

U speelt de hoofdrol, maar iedereen die een bijrol speelt heeft veel meer ervaring en veel meer naam dan u. Hoe waren die eerste confrontaties?

 

“Bij de eerste lezingen was ik heel nerveus.  Dat wereldje in Vlaanderen is zo klein dat iedereen ook mekaar kende en ik stond daar tussen als groentje.  De meesten stonden daar meteen heel grappig te zijn en ik kon alleen maar denken : ‘Jongens, ik ben toch helemaal niet gevat. En niet grappig. Echt triest.’  Maar goed, toen kwam ik op die set en toen was het meteen super leuk. Ook omdat Frank Van Mechelen zo’n ongelooflijke sfeer weet te creëren. Iedereen was in een mega-focus.  Ik vind dat iedereen ongelooflijk goed speelt in die film.  Je moet er maar eens op letten. Het is één van de mooiste rollen waar ik Stany (Crets, nvdr)ooit in gezien heb. Ik vind het super super super hoe hij speelt.  Frank is een meester in het creëren van een sfeer waarin iedereen hypergeconcentreerd is.  Er heerste ook een enorme liefde voor de tekst.  Ik vermoed dat je dat ook wel ziet in de film.”

KLEINE UIT MOL WORDT GROTE UIT BALEN

Maar iedereen heeft het ook over u.  Dat meisje dat in korte tijd vanuit niets naar de top geschoten is.  Hoe moeilijk is het om niet te gaan zweven?

 

“Ik vind dat wel leuk allemaal, maar ik ben niet het type dat rap aan het zweven gaat.  Ik denk niet dat ik daar last van heb.  Misschien besef ik niet wat ik allemaal meemaak.  Misschien kijk ik later op deze fase terug en denk ik : ‘Toen had ik geluk.’   Ik kan wel zeggen dat ik in één van de gelukkigste fases van mijn leven zit. Ik voel ook wel dat ik als actrice heel veel aan het ontdekken ben.  Daarom ook wil ik absoluut nog op school blijven.  Omdat ik voel dat ik nog veel te leren heb. Ik heb nog veel beperkingen.”

 

U zit nog op school?  Waar dan?

 

“In mijn derde jaar op de Toneelacademie in Maastricht.  Ik heb nog anderhalf jaar te gaan en ik wil die heel graag afmaken, omdat ik voel dat er nog te veel dingen zijn waar ik tegen aanbots en waar ik alleen maar van kan verlost geraken als ik niet resultaatgericht speel. Want dat is in de praktijk of in het professionele circuit altijd zo : je speelt met oog op het resultaat.  En bij ons op school is dat natuurlijk anders.  Daar kan ik me veroorloven om eens heel slecht te spelen, zonder dat het iets uitmaakt.  Je moet kunnen proberen, uittesten waar je grenzen liggen en dus ook op de bek gaan.  Liefst zonder dat de halve wereld meekijkt.  Maar door iets slecht te spelen, leer je veel.  Je leert waar je grenzen zijn en wat je er kunt aan doen.  Je merkt dat je tegen iets aanbotst en je zoekt naar oplossingen om niet nog een keer tegen diezelfde muur aan te botsen.  Op school word je bijvoorbeeld ook eens ‘tegen’ gecast.  Tegen je natuur.  Tegen wat iedereen van je verwacht.  Je wordt bijvoorbeeld gecast als een vamp in plaats van een lief meisje, of je moet een bomma spelen.  Kan allemaal.”

 

 

Ja, je moet alles eens meegemaakt hebben.  Zoals jezelf zien op het grote scherm.  Hoe was dat voor u?

 

“De eerste keer was dat heel heftig. Mannekes! Ik zat naast Bart (Hollanders, nvdr), die mijn lief speelt in de film, en we hebben de hele tijd elkaars handje vastgehouden. We konden het niet aan. Je kijkt sowieso naar jezelf als je je in beeld ziet.  En dan nog zo uitvergroot!  De eerste keer had ik de indruk dat ik iedere scène precies met een frons begon. Ik zag mezelf op een bus zitten en ik was nog aan het fronsen.  En ik dacht : ‘Wat is dat toch met die frons?’  Maar dan zeiden de mensen achteraf dat ze me helemaal niet hadden zien fronsen. Je ziet van alles bij jezelf.  Ik had de indruk dat ik heel raar aan het spelen was. Maar ik heb de film toen meegekregen naar huis en toen heb ik hem nog eens bekeken in mijn bed, op een klein computerschermpje en toen zag ik dat de film goed was. En intussen kan ik ook al wat beter naar mezelf kijken.”

 

 

Wilt u ook het interview met Stany Crets lezen?

Klik dan hier : INTERVIEW STANY CRETS

Zin in een interview met Tiny Bertels, de mama in de film?

Klik dan hier : INTERVIEW TINY BERTELS

 

 

 

Bekijk ook

Meltse Van Coillie en Harm Dens over Nocturnus!

Op 2 december gaat het Kortfilmfestival in Leuven weer van start, één van de geselecteerde …