Home / Nieuws / Interviews / GILLES DE SCHRYVER : ‘We kunnen ons tegenwoordig veroorloven om kritisch te zijn.’

GILLES DE SCHRYVER : ‘We kunnen ons tegenwoordig veroorloven om kritisch te zijn.’

Samen met Robrecht Vanden Thoren was hij enkele jaren geleden al te zien in ‘De Laatste Zomer’, een heel goeie film vol, jonge veelbelovende acteurs.  Maar dit jaar is de carrière van Gilles De Schryver in een stroomversnelling gekomen.  Eerst speelde hij een hoofdrol in ‘Hasta La Vista’, de eerste grote hit van het najaar die nog lang niet aan het einde van zijn carrière is, en tot ieders verrassing krijgt hij nu samen met Veerle Baetens en zijn vaste companen van ‘Code 37’ ook het Kuifje van de immense Hollywood-machine van Steven Spielberg klein. Terwijl hij en zijn mede-agenten van de zedenbrigade eigenlijk niet bepaald grote jongens zijn.  Maar wie niet groot is, moet slim zijn. Zelfs wanneer hij een lekker blondje is.

 

“Ik vind het echt wel plezant dat er nu ook een film is van de serie. En dat die twee films zo kort opeen zitten, dat is een beetje toeval.  ‘Hasta La Vista’ hebben wij een jaar geleden gedraaid en ‘Code 37’ is veel recenter van makelij. Dat ‘Hasta’ zo ging ontploffen, hadden wij niet kunnen inschatten, daar heb je geen vat op. Dat ligt aan de prijzen op het Festival van Montreal.  Dat kan je niet plannen.  Het gaat hard hé, maar we zijn content.”

 

Vond jij het eigenlijk een goed idee om een film te maken van ‘Code 37’?

“Ik weet niet of ik het een goed idee vond om een film te maken.  We hadden er allemaal wel veel zin in, maar soms heb je gewoon veel zin in een verkeerd plan.   De mensen die daar moeten over beslissen zijn de producent en de zender. En als die zeggen ‘all systems go’ , dan moet je ze maar vertrouwen dat het een goed plan is.”

BOY WONDER

Wat is nu eigenlijk het geheim van Jakob Verbruggen? Die wordt in de wandelgangen beschouwd als een wonderboy.

“Hij is een beetje gestoord en dat heb ik voor het eerst gemerkt toen we ‘180’ deden, ook een project van Menuet, een heel klein project eigenlijk dat is uitgezonden op de regionale zenders.    Maar bon, ik kende Jakob dus al van vroeger.  Die geeft heel gestoorde spelregie.  Als speler is dat heel aangenaam om met zo iemand te werken. Dat gecombineerd met een goesting om alles even groot te maken als in Hollywood.  Jakob ziet het altijd heel groot en heftig.  Die combinatie, denk ik.  Die kick die hij krijgt van extreme beeldregie. Dat maakt van hem een unieke regisseur.”

Extreme beeldregie, loop je dan als acteur niet wat verloren?

“Neen, eigenlijk niet, hij is echt wel bezig met zijn acteurs.  Dus het is echt de combinatie van zijn drang om het groot te maken en zijn visie en energie.”

Maar als je bij hem op de set staan, heb je geen idee hoe het er op het scherm zal uitzien.

“Dat is waar.  Jakob is de gast waar ik tot nu toe mee gewerkt heb, waar ik het minst weet wat er uit de montagekamer zal komen.  Daar gebeurt nog zoveel.  Die slaagt er soms in om in de montage bepaalde verhaallijnen nog een heel andere wending te geven.   Het is iemand die van begin tot het einde volle bak gaat.  In zijn hoofd weet hij wanneer we aan het draaien zijn ook nog niet waar hij zelf zal uitkomen. Hij ziet elk deel van het proces als een nieuw maakproces.  Ik denk dat dat bij hem echt wel heel extreem is.  Je weet echt niet wat er uit zal komen.”

ZEER TEVREDEN OVER ‘CODE 37’

Verrast door wat er dit keer uit gekomen is?

“Ik was aangenaam verrast.  Ik heb echt het gevoel dat hij uit het scenario en het concept van ‘Code 37’ de best mogelijke film heeft gehaald.  De film is echt wel geslaagd. Er zitten ook dingen in die ik echt niet gelezen had in het scenario.   Hij zit echt wel heel erg op de verhaallijn van Hannah Maes, maar hij gaat tegelijk een heel andere richting uit en vertelt ook het tragische verhaal van die twee zusjes die betrokken geraken in de prostitutie doordat ze door omstandigheden opeens voor zichzelf moeten zorgen. Ik zat op een zeker moment naar een film te kijken over vrouwen die het maken in een verdorven mannenwereld of zo. En dat heb ik echt niet gelezen in het scenario.  Ik vind dat de juiste dingen in de montage gebeurd zijn.  Dingen die ik misschien niet op een eerste niveau had gezien.”

Jij persoonlijk, ben je nu filmacteur?

“Nee, ik ben begonnen op de planken en ik zal er ook eindigen, denk ik.  Theater heeft voor mij een labofunctie in dit vak, terwijl filmen echt een manier is om je ambacht technisch toe te passen. Maar ik zou het ene niet kunnen zonder het andere.”

STERACTEUR, STERARTIEST

Maar ondertussen ben je wel een filmster.

“Ik doe mee in films, maar dat is nog wat anders dan een filmster. Ik moet wel eerlijk toegeven dat ik op een punt sta in mijn carrière waarvan ik niet had vermoed dat het zo snel zou komen.  Ik sta er zelf versteld van dat ik ineens met twee films uitkom. Maar ik voel me in ieder geval nog lang geen filmster.”

Als je naam genoemd wordt of je foto getoond dan hoor je de pubermeisjes wel gillen.  Hoe ga je daar mee om?

“Het is niet dat ik de kleren van het lijf word gerukt.  Ik zie wel meisjes van die bepaalde leeftijdscategorie omkijken, maar als je een paar keer op tv komt, leer je wel omgaan met dat soort blikken.  Op de duur sluit je je daar ook een beetje voor af. En je leert daar naast of daarover te kijken of daar abstractie van te maken.  Ik heb daar niet zoveel last van, ik zal het zo zeggen.”

Maar stel nu dat ‘Hasta La Vista’ echt een buitenlandse carrière krijgt en dat er aanbiedingen komen. Dat kan hé, de Vlaamse film is aan het groeien in het buitenland.

“Dat is waar. En in dit Europese tijdperk is dat ook goed, denk ik, dat die industrieën mekaar beginnen op te merken. Tegelijkertijd denk ik ook dat je als internationaal filmacteur niet meer aan theater toekomt.  Misschien heb je dan zelfs geen privéleven meer. Ik ben tweetalig opgevoed, dus als de kans zich zou aanbieden wil ik echt wel eens een film in het Frans doen.  Die ambitie is er zeker.  Ik denk dat er echt heel schone dingen gebeuren in Frankrijk   Als ik dat persbericht zie van Matthias die met Jacques Audiard gaat draaien en met Marion Cotillard, dan denk ik toch van ‘fuck, jongen’.  Daar zou ik ook wel voor tekenen (lacht).”

Er is in het buitenland stilaan sprake van een Vlaamse golf, zoals je de Deense golf had.  Je hebt gezien wat het succes van de Deense films voor de Deense acteurs heeft gedaan.

“We zullen zien wat Matthias in Frankrijk doet.  Het zou kunnen.  Nu, Hollywood blijft toch een andere wereld, denk ik. Ik ken die wereld totaal niet.  Ik weet alleen dat er volledig andere dingen meespelen.  Nederland en Frankrijk zijn werelden die toch iets beter op de onze lijken.  Op dit ogenblik denk ik dat de productiehuizen in Hollywood vooral als missie hebben geld en omzet te draaien veeleer de goeie films te draaien. Natuurlijk zijn er goeie arthouse-films.  Ik vind wel dat er op dit ogenblik in Europa interessantere cinema gedraaid wordt.”

DE DWERGBRIGADE

Je hebt de gestalte voor Hollywood.  Je mag niet te groot zijn in Hollywood.  Tom Cruise is niet groot.

Al Pacino is ook niet groot.”

En in ‘Code 37 – de film’ is ook iedereen klein.

“Dat is maf hé. Ik denk dat Veerle de eerste die getekend heeft voor de reeks.  En misschien hebben ze daardoor de casting  op haar maat gemaakt. Je merkt niet dat we klein zijn doordat iedereen die in beeld komt klein is. De Dwergbrigade.”

Het is zoals met Sarkozy.  Er mogen geen grote mensen om hem heen staan.

“Is dat zo?  Carla Bruni is toch niet klein?”

Die mag nooit hoge hakken dragen.  En  voor de rest zijn alle mensen die rond hem staan geselecteerd op hun lengte.  Lange mensen staan buiten beeld.

“Zijn representatieve functie als president van Frankrijk is toch iets groter dan als euh… ambassadeur van de Vlaamse film, ik zal het zo zeggen.”

Met jouw gestalte had je wellicht nooit gedacht dat je ooit een zware jongen zou spelen.

“Nee, maar ik speel dan ook geen zware jongen hé.”

Nee en tegelijk toch een beetje.

“Dat is de magie van film hé, dat je ook eens totaal iemand anders kunt zijn.  Misschien ben ik mede daardoor wel speler geworden.”

HET SCHERM IS GROTER

Wat heeft de film nu meer dan de serie?

“Het is een film.   Hij duurt anderhalf uur (lacht). Nee, ik denk dat je aan de production-value het hardste voelt dat het een film is. Wanneer de serie opnemen hebben we letterlijk niet de tijd om een travel te leggen.   Ik denk dat je het aan de beeldvoering sowieso voelt.  Pas op, voor de acteurs maakte het allemaal niet zoveel verschil. De extra-tijd die we nu hadden tijdens het draaien, is voornamelijk naar het beeld gegaan.  Maar we waren als spelers natuurlijk wel gerodeerd. We kennen onze personages.  We hoefden niet van nul te vertrekken.”

In welk soort film voel jij je nu het meest op je gemak : een commerciële film als ‘Code 37’ of een film die zich ergens tussen arthouse en mainstream situeert als ‘Hasta La Vista’?

“Ik ben dat zelf nog aan het zoeken. Ik sta nog niet zo ver dat ik kan zeggen : nu ga ik dit doen en niets anders meer. Maar ik kan me inbeelden dat dat gaat gebeuren.  Ik heb op toneelvlak wel al die keuze gemaakt.  Ik kon freelance voor de grote toneelhuizen gaan werken of ik kon mijn eigen dingen gaan ontwikkelen. Ik heb nu gekozen voor dat tweede.  Ik kan me perfect inbeelden dat ik op een gegeven moment ook binnen de filmwereld meer mijn eigen ding ga trachten te doen.  Maar voor welk publiek dat dan bestemd zal zijn, weet ik nog helemaal niet. Als je films maakt, lijkt niets me moeilijker dan zowel het cinefiel als het brede publiek te behagen.  Dat is misschien wel waar ik naar op zoek ben : hoe kan ik iedereen behagen?  Maar doordat er tegenwoordig zo supergoedkoop kan gedraaid worden, is het misschien ook wel de moeite om te experimenteren.  Dus ik ben mijn eigen smaak nog aan het ontdekken. Maar ik kan wel zeggen dat ik het heel fijn vind als er een scenario ligt waarvan ik denk : oké, dit verhaal raakt me als mens en ik wil het vertellen.  In het commercieel gebied kom je die minder vaak tegen.”

Met wat ben je momenteel bezig?

“Toneel, wij zijn samen met Robrecht van ‘Hasta La Vista’ hebben wij een gezelschapje van heel jonge mensen.  En er is iemand gestorven in de toneelwereld, Eric Devolder en de mensen daarrond waren op zoek naar een nieuw elan, want Eric is dood.  Dus wij fusioneren met dat gezelschap.”

En geen filmplannen?

“Neen.”

Word je daar niet zenuwachtig van?

“Nee, want dat is eigen aan het toneel en de audiovisuele wereld.  Voor een film of tv word je maximum zes maanden op voorhand gevraagd.  Ik toch.  Maar alles komt en gaat op zijn tijd. Als nu blijkt dat ik vier jaar alleen toneel mag doen, ben ik even blij. Dat er echt niets niets niets zou komen is bijna  ondenkbaar.  Ik probeer ruimte te laten in mijn agenda om het combineerbaar te houden.”

KOFFIE IN PARIJS

Ja, want die filmcarrière ligt nu misschien wel aan je voeten.

“Maar ja, wat moet ik doen? Ik droom er ook niet van om enkel filmacteur te worden.   Zoals ik het nu kan doen, bezig zijn met theater en daarnaast af en toe een film, dat is echt de top voor mij.  Naar Parijs trekken, overal gaan aankloppen, deuren tegen de neus te krijgen en daar audities gaan afleggen en hopen dat ik ergens een klein rolletje kan te pakken krijgen, om daar dan verder op te bouwen, nen, dat is echt niet een leven waar ik nu van droom. Maar ik zeg het : Jacques Audiard mag altijd bellen.  Nee, we zullen zien hoe het loopt allemaal.”

Heb je al persoonlijke internationale reacties gekregen na de overwinning van ‘Hasta La Vista’ in Montreal?

Claude Lelouch gaat nu de film distribueren in Frankrijk. Dat is toch niet niemand. Dat voel je wel.  Ik heb nog geen aanbiedingen gekregen, maar ik ben me er wel van bewust dat er een stapje is gezet.   Mocht ik een jaar geleden naar een Franse agent gestapt hebben, zouden ze me weg gelachen hebben   En nu, omdat je in een film zit die in Frankrijk en Canada gedistribueerd wordt, kan je al eens een koffie gaan drinken. Het is niet dat ik nu alles op alles ga zetten voor een internationale carrière.  Ik ben nog jong ook hé.  Ik ben 26. Ik denk dat het ook allemaal niet te snel mag lopen.”

Wie mag er in je wildste dromen naar je toekomen?

“In mijn wildste dromen?  Lars Von Trier, Michael Haneke, David Lynch, Tim Burton en zoals ik al zei : Jacques Audiard.  Dat zijn mijn natte dromen.  Maar in realiteit droom ik er niet van. Omdat de stap er naartoe mij nog zodanig ongrijpbaar lijkt. Dat is niet iets waar ik op een pro-actieve manier aan het werken ben. Mij profileren op de Franstalige markt wel.”

MON NOM EST GILLES

Wat is die Franstalige band weer?

“Ik ben tweetalig opgevoed.  De ouders van mijn ouders waren tweetalig.  En mijn ouders ook. Thuis werd er Frans gesproken en Nederlands spraken we op school.”

In België komt je Nederlands tegenwoordig beter van pas dan je Frans.  Er wordt wel heel veel gedraaid in Vlaanderen hé?

“Vroeger bestond de Vlaamse film niet.  Je keek vooral naar buitenlandse films, want er werden twee films per jaar gedraaid die qua niveau meestal niet in de buurt kwamen van de internationale films.  Nu is dat helemaal anders. Je voelt dat die Belgische en Vlaamse markt zich echt sterk begint te profileren. Je voelt ook in het buitenland dat ze onze markt in de gaten houden.  Er wordt met heel andere ogen naar onze cinema gekeken.  Vroeger was het al een prestatie dat je een filmrol te pakken kreeg. Nu kan je je al veroorloven om vragen te stellen bij die rollen : wat gaan ze ermee doen?  We kunnen ons veroorloven om met kritischer ogen naar de filmbranche te kijken dan de vorige generaties.  Twintig jaar geleden was er gewoon niets. Dat maakt onze taak in zeker opzicht ook veel moeilijker. Je kunt nu niet meer zomaar wat doen. Er is al een heel gevarieerd spectrum.”

TIJD VOOR BROL

De Vlaamse film beleeft enerzijds gouden tijden, maar je hoort constant geruchten over geldnood.  Er zijn te veel mensen die films willen draaien en er is geen subsidie genoeg.

“Het is heel moelijk.  Maar het kan ook anders.  Er kunnen films met kleinere budgetten gedraaid worden. En je voelt aan alles dat wij en de mensen die op dit ogenblik aan de filmscholen afstuderen van een ander slag zijn dan de generatie die het nu voor het zeggen heeft in de Belgische filmindustrie.  Wij zijn van het digitale tijdperk, terwijl de generatie voor ons nog met pellicule werkten. Dat heeft een gigantische impact op  hoe snel je draait en hoe snel je kunt draaien. Hoeveel brol je kunt draaien.  Hoeveel je je kunt permitteren. Vroeger was het waanzinnig duur om drie shots te draaien. Nu kan je er 24 draaien en het kost je evenveel. Op een set voel je het verschil tussen mensen van mijn generatie en mensen van 40, 50.  We denken echt op een totaal andere manier. Wij denken : draaien, draaien, draaien, terwijl dat zij alle tijd nemen om een shot te plannen.  We staan een beetje aan het begin van een nieuw tijdperk, denk ik. Zo voelt het echt aan.  Aan de ene kant is er de angst om aan kwaliteit in te boeten.   De vraag is niet : ‘Kan je snel gaan?’, maar ‘waar ga je zo snel naartoe?’  Er is ook een reden waarom iets moet rijpen hé.”

“Ik denk dat we de impact van dat digitale tijdperk nog niet helemaal kunnen grijpen of zien. Ik denk dat draaien ten opzichte van vroeger goedkoper is geworden.  Dat heeft ook een nadeel : doordat er zoveel gedraaid wordt, wordt er ook heel snel gedraaid en wordt er geen tijd meer genomen voor rijping van een scenario en voor rijping van een repetitieproces.  Waar dat vroeger allemaal over een veel grotere tijdspanne kon gaan. Aan de andere kant is het experiment nu meer dan vroeger mogelijk. En ik denk dat dat zeker heeft bijgedragen tot de explosie van de industrie de laatste tien jaar.   Je kunt al eens zeggen : ‘Weet je wat, ik ga met een Canon 5D naar Zimbabwe en ik ga daar een liefdesverhaal draaien.’ Met het digitale tijdperk, je stopt dat in je computer en er wordt weer van alles mogelijk.  Dus die draagkracht van een productie op poten te zetten wordt steeds kleiner, waardoor dat je variatie hebt. Maar ik denk dat je ook moet opletten met inboeten aan kwaliteit.”

(foto tijdens de opnamen van ‘Hasta La Vista’ van Kris Dewitte)

Zie ook :

Interview Veerle Baetens

Trailer ‘Code 37 – de film’

‘Hasta La Vista’

Bekijk ook

Wouter Hendrickx alias Del, de burittoverkoper!

In Playmobil, de film geeft Wouter Hendrickx (Adem, De Helaasheid der Dingen, Cordon, Niet schieten, …