Home / Nieuws / Interviews / Guy Lee Thys verlangt naar erkenning.

Guy Lee Thys verlangt naar erkenning.

“Ik heb nooit het respect gekregen dat ik verdien.”

De man is een levende legende.  ‘Levende’ mag beklemtoond worden, want hij had al vele keren dood kunnen zijn.  Hij heeft lijf noch ledematen gespaard in de loop der jaren.  Het is een man die tot het uiterste gaat.  ‘Intomen’, ‘milderen’, ‘afremmen’, het waren termen die hem vreemd waren.  Vandaar dat hij als filmmaker, producent en scenarist een heel woelig parcours aflegde dat hem misschien meer vijanden dan vrienden opleverde.   Je zou hem ook simpelweg eigenzinnig kunnen noemen, een man die zijn eigen weg volgt en zichzelf niet verraadt.  In welk hokje je hem ook stopt, het maakt niet uit.  Feit is dat zijn hele leven om film draait.  Hij heeft films geregisseerd, geproduceerd en geschreven.  En ook al nam hij zich jaren geleden nog voor om nooit nog zelf te regisseren, heeft hij het nu toch weer gedaan.  ‘Mixed Kebab’ heet zijn nieuwe film en zoals gewoonlijk heeft hij het zichzelf niet makkelijk gemaakt.  Vroeger maakte hij het ook zijn entourage niet makkelijk, maar die tijd lijkt voorbij.  Zou de mildheid dan toch met de jaren komen? Hoewel, er zit nog behoorlijk wat woede in ‘Mixed Kebab’.  Hij lijkt al zijn irritaties op een hoopje gegooid te hebben toen hij het script schreef.  Of het een geslaagde film is, moet u voor uzelf uitmaken.  Maar we kunnen wel zeggen dat het een gedurfde is.  Guy Lee Thys behandelt in ‘Mixed Kebab’ onderwerpen waar anderen liever van wegblijven, hij werkt met acteurs die je zelden op het grote scherm ziet en zijn film ziet er niet zoals het gros van de Vlaamse films.  Je zou kunnen zeggen dat hij voortborduurt op het succes van de film waarmee hij tien jaar geleden nog uitgebreid het nieuws haalde : ‘Kassablanka’.  Het gaat inderdaad weer over de problemen die voortvloeien uit het leven in de multiculturele maatschappij die Antwerpen alsmaar meer wordt.

 

 

Waarom wou jij nu per se dit verhaal vertellen?

Guy Lee Thys : “Welk verhaal?  Het zijn drie verhalen.”

 

Goed, waarom wou jij nu per se die drie verhalen vertellen?

Guy Lee Thys : “Er zit een homoverhaal in, er zit een verhaal in over de drang naar vrijheid en een verhaal over de drang om respect te krijgen.  Ik heb nooit een probleem gehad in mijn eigen leven met de drang naar vrijheid, ik heb altijd precies gedaan wat ik wilde.  Omdat ik dat ook kon.  Mijn ouders hebben dat toegelaten en ik ben opgegroeid in een sfeer waar ik altijd alles mocht zeggen wat ik wou, los van het feit of je iemand kwetste of niet.  Toch niet altijd even verstandig, zo blijkt achteraf. Maar kom.  Ik zie rondom mij meer en meer mensen die problemen hebben met de beperking van hun vrijheid binnen hun gemeenschap. Je zit in Antwerpen in Antwerpen met een multiculturele gemeenschap met 170 verschillende nationaliteiten.  Dat is meer dan in New York City.  Al zijn er daar wellicht een pak die niet officieel ingeschreven zijn.  Hoe dan ook, 170 verschillende nationaliteiten op een kleine lap grond, dat is waanzinnig.  En je krijgt enorm veel invloed van die moslims die eigenlijk maar 4,5 % uitmaken van de Belgische bevolking.  Het stoort me enorm dat er zoveel belang wordt gehecht aan wat die mensen zeggen. Dat interesseert me gewoon niet.  Maak daar niet zo’n spektakel van. Als er vier man rond die kerel van Sharia4Belgium staat geschaard, negeer die dan gewoon.  Die zegt : ‘We gaan het Atomium opblazen’ en meteen is het voorpaginanieuws.  Belachelijk is dat! Belachelijk! Er zijn meer holebi’s in België dan moslims.  Merk je dat? Ja, op tv wel, maar voor de rest? (lacht).  Nee, het mag wel eens gezegd worden.  Ik doe het dan maar zelf.  Want ik stoor me aan de films van bij ons, die een beetje heimatfilms aan het worden zijn. Hele mooie wel, maar allemaal films over enge ziektes en andere nare toestanden.  En dan is er nog zatlapperij in de jaren tachtig, terwijl het vroeger over zatlapperij in de jaren zestig ging.  De enge-ziektenfilms zijn eigenlijk de nieuwe variante op de boerenfilms van vroeger. Meestal gaat het om ziektes of aandoeningen waarvan je nooit voorheen de naam hebt gehoord, zoals Asperger of mucoviscidose. Ik vind dat allemaal heel mooie films hé, daar gaat het niet over, maar ik denk dat daar heel veel mensen naar gaan kijken om te kunnen zeggen : ‘Zie eens hoe goed wij het hebben.  Alles is fantastisch, we zijn gezond, onze kinderen zijn gezond en we zijn er veel beter aan toe dan de mensen uit de film.’ Ik vind dat van een zeker voyeurisme getuigen.  Niet van de filmmaker hoor. Want die doet gewoon zijn ding.  Hij vertelt over iets wat heel dicht bij hem staat of iets wat hem bijzonder aangrijpt.  Maar van het publiek dat er naartoe gaat.  Dat zijn festivalfilms, themafilms.  Wel, ik kan dat ook.  Ik maak mijn eigen niche. Daar ben ik mee begonnen met ‘Kassablanka’, want dat soort films bestond hier niet. Er zitten thema’s genoeg in mijn film.  Ja, het gaat over homoseksualiteit en de islam, maar ook over vrijheidsdrang en zucht naar respect. Niet toevallig dat ik het over de drang naar erkenning heb.  Ik heb ook altijd te weinig respect gekregen.   Als je filmmaker bent in België denkt men al snel dat je op kosten van de staat leeft.  In andere landen ben je een supervedette, bij wijze van spreken. En als ze je niet kennen, word je op zijn minst goed gesoigneerd. Maar hier in België mag je al blij zijn als je je huur kan betalen.”

 

 

Je hebt ook nooit echt je best gedaan om jezelf geliefd te maken.  Je maakt er al jaren een sport van om overal tegenaan te schoppen.

Guy Lee Thys : “Ja, ik heb vroeger mijn broek afgestoken, maar dat is dertig jaar geleden.  Sorry hé.”

 

Maar je blijft jezelf toch profileren als een oproerkraaier, iemand die tegen de heilige huisjes durft aan te schoppen.

Guy Lee Thys : “Ja, ik ben nu uitgenodigd op CineQuest in Californië en dat is het maverick filmfestival.  Je moet dus een beetje eigenzinnig zijn om er geselecteerd te worden. Blijkbaar zien ze dat aan de film die ik gemaakt heb, want ze kennen me niet. Wellicht maak ik wat ik ben, of ben ik wat maak. Ik weet het ook niet. Persoonlijk vind ik het allemaal normaal wat ik in deze film vertel.  Er zitten drie verschillende verhalen in. Interesseert het ene je niet, dan zal je het andere je misschien kunnen boeien. Ik ben heel gelukkig dat ik kan doen wat ik wil.  Maar juist omdat ik die kansen krijg, tracht ik iets te vertellen dat een zeker maatschappelijk belang heeft.  Het moet niet zomaar een filmpje zijn dat je voor jezelf maakt of een remake van een idioot Hollands entertainmentprentje, zoals Jan Verheyen ze gewoonlijk aflevert.  Daar kon ik me vroeger over opwinden.  Nu niet meer.  Iedereen moet zijn eigen ding doen.”

 

Je hebt zelf het scenario geschreven. Het verhaal speelt zich voor een deel af in een Turkse familie.  Heb je research verricht?  Ken je zulke families?

Guy Lee Thys : “Ik heb verschillende vrienden en ik ben ook vaak in Turkije op reis geweest. Daar kom je makkelijk bij de mensen thuis.  De gastvrijheid is er bekend.  Bij de Marokkanen ook wel.  Behalve dat daar de vrouwen nooit aanwezig zijn als er volk over de vloer komt.  In Turkije zitten de vrouwen gewoon mee aan tafel.  Oké, ze praten er meestal gewoon onder mekaar, maar bij ons is dat niet anders. Het zijn normale mensen. In Turkije word je niet zozeer met de vervelende kantjes van de Islam geconfronteerd.”

 

 

Heb je daarom het verhaal in de Turkse gemeenschap gesitueerd en niet in de Marokkaanse, zoals ten tijde van ‘Kassablanka’?

Guy Lee Thys : “Nee, het scenario ging oorspronkelijk over een Marokkaanse familie.  Maar toen bleek dat er in de strafwet in Marokko staat dat je drie jaar krijgt voor sodomie  — onder mannen dan wel, je vrouw mag je daar zoveel in de kont neuken als je wilt – leek het me toch wat gevaarlijk om daar te gaan draaien. Als je tijdens de opnamen in Marokko een medewerker ontslaat omdat je niet tevreden over hem bent, dan heeft hij meten iets achter de hand om zich te wreken.  Nee, ik voelde er niets voor om een film te maken over homoseksualiteit in een land waar een gevangenisstraf van drie jaar staat op homoseksualiteit.  In Turkije heeft dat nooit in het strafrecht gestaan. Turkije is het land dat in 1925 de vrouwen stemrecht gaf, terwijl dat in België pas in 1948 het geval was. Dat zegt al iets, denk ik.  Istanboel is een stad van 20 miljoen inwoners, tweemaal de bevolking van België.  En veel toffer om uit te gaan dan Antwerpen of Brussel. Pas op, Berlijn is ook leuk hé, maar daar wonen ook heel veel Turken. Overal waar er Turken zijn, is er feest (lacht). Maar je mag er niet meer roken.  Dat is heel grappig.  ‘Roken als een Turk’, zei men vroeger. En nu mag je helemaal niet meer roken in Turkije.  Roken wordt er echt heel zwaar bestraft. Ik heb wel gehoord dat de Bergturken… Je hebt drie soorten Turken : de Bergturken, de Kustturken en de Stadsturken.  De Bergturken moet je trachten te mijden. Dat zijn heel vervelende mensen die nog eremoorden plegen en zo. Dat zijn de mensen die voor ons voor het prototype van een Turk staan : de wat geblokte kerels met een moustache die wat raar praten.    De Stadsturken kunnen blauwogig, groenogig zijn of wat dan ook, blond, zwart,… Het Ottomaanse Rijk was een mengelmoes van alle mogelijke rassen en volkeren.”

 

Ben je niet bang dat de Bergturken je film niet zullen kunnen appreciëren?

Guy Lee Thys : “Dat zijn de enigen die van hun oren zouden kunnen maken, maar die worden onder de knoet gehouden door de Stads-en de Kustturken (lacht).”

 

Was dat ook een reden om het niet over Marokkanen te hebben, omdat niemand hen onder de knoet kan houden?

Guy Lee Thys : “Nee, mijn eerste scenario was met Marokkanen en zou van me gegarandeerd een tweede Theo Van Gogh gemaakt hebben.  Marokkanen zijn een beetje crimineel hé. Omdat het allemaal Berbers zijn. Die waren al crimineel in eigen land.  Ik heb het niet over de Arabische Marokkanen, die zijn er ook.  Er zijn ook Joodse Marokkanen en Christen Marokkanen. Heel weinig, maar kom.  De grote steden zijn er ook heel anders.  Het gros van de Marokkanen die in België wonen komt uit… tja, dat zijn Bergmarokkanen, of Heuvelmarokkanen, laat het ons zo zeggen.  Dat zijn heel vervelende mensen omdat ze de mentaliteit van ginder hebben meegenomen. En daar, in eigen land, worden ze ook gediscrimineerd.  Een Berber wordt door de Arabieren beschouwd als een crapuul.  Assassijnen noemden ze vroeger.  Daar komt het Franse woordje ‘assassins’ vandaan.  Ja, dat zegt genoeg zeker?   De Moren.  Dat waren ook Berbers.  Die hebben altijd allemaal nogal een scherp kantje gehad.  Zoals Albanezen dat ook hebben.  Een subtiele film over Albanië zou je ook niet kunnen maken.  Tsjetsjenië? Ik denk het niet. Misschien moet ik het eens proberen : een film over een Tsjetsjeense familie die heel vriendelijk is.  Lukt nooit.  Er zijn minstens vijf nonkels en tien neven die moordzuchtig zijn.  Met Marokkanen ligt het toch anders. Als je ze leert kennen, zijn ze heel warm en heel lief.  Het zijn vaak ook fantastische vrienden.  De mensen die ik ken zijn meestal wel Arabische Marokkanen.  De Marokkanen die in onze film meedoen zijn allemaal Arabieren.  Maar goed, het was dus een veel minder groot probleem om in Turkije te filmen. Dat is een democratie.  Dat is ook al heel lang een seculiere staat.  Het enige dat je daar niet mag doen is Atatürk bespotten. Dan ga je eraan.  Een verlichte despoot was dat. Een absoluut perfecte staatsman. Een de beste geklede staatsman aller tijden!  Ik dweep er zelfs een beetje mee.  Zo iemand die op twee jaar tijd de hele cultuur van zijn land heruitvond : in 1925 werd de fez verboden,  God mocht niet meer, hoofddoeken moesten af, de Arabische taal werd vervangen door het Turks, de folkloremuziek werd vervangen door klassieke muziek, hij wou van zijn land een westers land maken.  Het was natuurlijk ook allemaal wat te drastisch.  Er zijn ook veel slachtoffers gevallen.  Maar veel van zijn ingrepen zijn het land en de bewoners ten goede gekomen. Ik vind het een leuk land en ik kom er graag.  Ik ben er relaxed, voel me er helemaal niet opgejaagd.  Terwijl het ook een heel hectische maatschappij is.  Hectisch en toch voel je je daar nooit bedreigd. Je kan daar ’s nachts over straat lopen en je zult nooit het gevoel hebben dat je fout zit.  Nooit heb je er een onveilig gevoel. Of toch, één keer. Het was om één uur ’s nachts.  We waren verkeerd gelopen en we kwamen plots in de buurt waar de zigeuners en de Koerden zich ophielden.  Twee groepen die gediscrimineerd worden en die zich in de marges van de maatschappij ophouden.  Je ziet er de lijmsnuivertjes zo rondhangen.  Plots kwam een wildvreemde achter ons gelopen en die zei : ‘Hier wil je liever niet rondlopen.  En hij riep een taxi en bracht ons naar ons hotel.’  Hier zou je zeggen : ‘Wat?  Een vriendelijke man ’s nachts?  Opletten!’  Nee, dat was een militair en iemand die volledig correct was.  Schitterend.”

 

 

Als we ooit een Turkije-special maken, zullen we aan je denken. Maar over film gesproken.  Ten tijde van ‘Kassablanka’ en ‘Suspect’ deed je samen de regie met Ivan Boeckmans omdat je eigenlijk geen zin meer had in regisseren, vertelde je toen.

Guy Lee Thys : “Ik heb een tijd gehad dat ik het niet meer kon opbrengen om naast het schrijven van het scenario en het produceren van de film ook nog op de set te gaan staan. Dat is ’s morgens om 6 uur uit de veren en ’s avonds laat doodvermoeid in je nest duiken.  Dan heb je werkelijk niets meer voor jezelf.  Ik vond dat allemaal heel vermoeiend. Maar bij deze film was het helemaal anders. Ik wou ook wel weer eens echt mijn eigen ding gaan doen. Want als je samenwerkt met iemand anders kan je nooit echt je mening doordrukken. De eerste keer dat je met een co-regisseur werkt, kan je nog zeggen : ‘Ik ben de baas’.  Maar op de duur is het 50/50 en daar heb ik geen zin in.   Ik heb ook die vrijheidsdrang om niet 50 % van mijn gezag te moeten afgeven aan een ander.  Dus heb ik gezegd : ‘Ik ga het weer zelf doen.’ Ik zag er tegen op, maar het is de beste periode gebleken van mijn leven. Elke dag was een feest. ’s Morgens als ik wakker werd, verlangde ik tot ik op de set stond. En aan het eind van de dag hoopte ik dat het nog even kon blijven duren.  En bij de hele ploeg was dat zo.  Daarom hebben we na de draaiperiode af en toe nog een half dagje ingelast om nog iets bij te draaien : na een paar weken, na een maand, na een paar maanden…  Zelfs na de visies, na drie maanden, om toch nog eens te kunnen samenkomen. Dat gevoel is nooit kapotgegaan. Het was fantastisch. De post-productie daarentegen, die ik altijd geweldig vond, was nu een hel.  Negen maanden lang. “

 

Waarom?

 

Guy Lee Thys : “Dat is gewoon veel te lang.  Zendingen uit Londen die drie week op zich lieten wachten, de postsynchronisatie waarvoor mensen in zeven talen moesten komen inspreken, problemen met de ondertiteling.  Ja, je kunt het je niet voorstellen.  Nederlanders die geen Vlaams begrijpen en die dan de verkeerde passages ondertitelen.  Er zijn zoveel administratieve fouten gebeurd.  Vooral door de vele talen en de communicatiestoornis in de postproductie.  Het grappige is dat er tijdens de opnamen in Turkije helemaal geen communicatieproblemen waren.  Alles liep van een leien dakje. Maar dan kom je weer in je eigen biotoop en gaat het plots allemaal veel minder vlot. Laten we gewoon zeggen dat we een hele luxueuze postproductie hebben gehad, waarvoor we ruimschoots de tijd hebben genomen.  Maar op een gegeven moment was ik het beu.  En de vooruitgang hielp ons ook niet bepaald vooruit. Tegenwoordig werk je digitaal, DCP, Digital Cinema Package. Dat werkt met sleutels, die dan niet juist geopend kunnen worden.  Er zit opeens een foute code op, waardoor je slechts de helft van de ondertiteling ziet, omdat ze bij Kinepolis een beetje inzoomen, want er zijn daar gebombeerde schermen.  Vroeger had je al die problemen niet.  Dat was 35 mm en die ondertitels stonden op de pellicule zelf.  Tegenwoordig zijn die titels ergens digitaal aan het zweven.  Dat zijn allemaal dingen die heel recent zijn. België is het topland op het vlak van de digitale projectie.  90 of 95 % van alle schermen bij ons zijn digitaal uitgerust.  Terwijl men in Nederland nog niet aan 50 % zit. Maar doordat die hele nieuwe technologie zo recent is – tot 2 jaar geleden was alles nog op 35 mm – kwamen we voor veel onverwachte problemen te staan. En dat is wel vermoeiend geweest, ja.  Maar het draaien vond ik heel prettig. Of dat nu met professionelen was of met mensen die we net uit het café hadden geplukt. Ja, want die zitten er ook bij.  Heb jij gevoeld wie er professioneel was en wie niet?  Kan je niet zien hé!  Of speelde iedereen even slecht? (lacht).”

 

Wat verwacht jij nu zelf?

 

Guy Lee Thys : “Een stormloop naar de kassa. En hopelijk niet van Marokkanen die opgejut zijn door Abou Jahjah.  Ten tijde van ‘Kassablanka’ was er ook een stormloop naar de kassa, maar dat was om de kassa af te breken. Het is een film voor een heel groot publiek.  Familieruzies kent iedereen.  Die heb je overal. En de drang om je eigen ding te doen, het verlangen naar respect, dat zijn allemaal universele thema’s. En het is ook spannend.  Prachtige muziek van Buscemi, een heel mooie song van Nelson Morais. Dat was onze dertigste nationaliteit. Want hij is van Kaapverdische nationaliteit. En er worden zeven talen in gesproken. Dat is de wereld waar we in leven.  Een wereld waarin tal van gemeenschappen in gemeenschap moeten zien te leven.  Eén van die gemeenschappen is de Joodse.  Mijn volgende film gaat daarover.  Het wordt een  anti-Joodse film, nee, anti-chassidisch. Ik mag dat. Ze kunnen me moeilijk anti-semiet noemen, want ik heb zelf Joods bloed.  Het is hoog tijd dat iemand eens reageert. Ze beginnen ook te veel te kweken.  En ze beginnen zeer onbeschoft te worden in Antwerpen. Ze wonen hier al 400 jaar. Iedereen vindt dat maar normaal dat ze er al die tijd bijlopen als carnavalsclowns.  Dat vinden we leuk voor de couleur local.  Maar niet als ze 8 of 9 kinderen per gezin maken.  Niet als nu al meer dan de helft uit New York komt.  De arrogantie van die New Yorkse Joden is degoutant.  Ik heb het dan over chassidische Joden hé, die supergelovige, orthodoxe Joden die ook in Israël beschimpt worden.  Ik ben in Tel Aviv geweest en daar moeten ze niet van die mensen weten.  Zelfs in de luchthaven worden ze vies bekeken. Heel die gekkernij ken ik zeer goed, omdat die heel dicht bij mij staat, maar ook heel ver, want je komt er nooit in.  Maar ik ken een fotograaf die er wel in komt. En die heeft schitterende foto’s genomen van de Joodse gemeenschap in Antwerpen nu. Je kunt niet geloven wat je ziet.  Het lijkt een heel andere wereld.  Maar dat zal natuurlijk een project zijn dat ook hel gevoelig zal liggen.  Aan de andere kant, de Joden komen niet een mes of met een geweer met afgezaagde loop om je van kant te maken. Wat dat betreft zou je kunnen zeggen dat het niet bepaald een riskant project wordt (lacht).”

Bekijk hier de trailer van ‘Mixed Kebab’:

Trailer

Lees ook :

Het interview met Simon Van Buyten

Guy Lee Thys en CineQuest

Portret Guy Lee Thys

 

 

Bekijk ook

Peter-Van-Den-Begin-Cinevox

The Barefoot Emperor haalde 25e festivalselectie!

Op vrijdag 25 september opent The Barefoot Emperor het Odessa Film Festival in Oekraïne. Voor het …