Home / Nieuws / Interviews / Het Grote Ongeduld : Nick De Vucht over ‘Face It’

Het Grote Ongeduld : Nick De Vucht over ‘Face It’

Eén van de eindwerken die je tijdens ‚Het Grote Ongeduld’ te zien krijgt is een fictiefilm van Nick De Vucht. Nick, intussen afgestudeerd aan het Narafi, draaide zijn film grotendeels in zijn eentje en heeft heel veel te zeggen over het hele proces. Hij maakte dan ook uitgebreid werk van het beantwoorden van onze vragenlijst. Hier zijn z’n antwoorden.

Waarover gaat uw film?

“Over iemand die een aantal tegenslagen te verduren heeft gekregen in de drukte en chaos van het grote stad en even de moed laat zakken, iets wat iedereen eens kan overkomen. Hij zit even vast zwevend in negatieve gedachten tot hij beseft wat hij moet gaan doen. Naar de quote: ‘Defeat is not the worst of failures. Not to have tried is the true failure’.

Beschouwt u uw eigen film als een studentenproject of kijkt u verder? Hoopt u hiermee ook al het festivalcircuit te kunnen aandoen?

“Ik beschouw het als een visitekaartje voor komende opdrachten, een visueel visitekaartje, dat buitenstaanders een idée moet geven van mijn stijl qua filmen, monteren, gebruik van licht, regisseren en schrijven. Ik heb bijna alle taken op mezelf genomen voor mijn eindwerk. Alleen de voice-over en de pianoklanken zijn niet van mij. Alles om zoveel mogelijk facetten van mijn kunnen te etaleren.”

Beschouwt u zichzelf al als een filmmaker?

“Ik kan mezelf nog geen ‘filmmaker’ noemen. Momenteel misschien enkel het verkleinwoord daarvan: ‘Filmpkesmaker’. De langste film die ik tot nu toe gerealiseerd heb, duurt slechts 20 minuten. Langspeelfilms mee realiseren is wel een droom waar ik stap voor stap naar wil toe werken en hopelijk behoor ik ooit tot het selecte groepje van Belgische filmmakers. Financieel zal ik hier dan erg veel hulp voor nodig hebben. Zoals nu met mijn eindwerk ook het geval was. Ik had gewoonweg geen budget. In de plaats van op de meest ideale manier te filmen: op ARRI met Panavision lenzen en een volledig uitgerust steadycam-systeem, moest ik het stellen met DSLR die ik via firmware magic lantern zo dicht mogelijk in de buurt trachtte te brengen. Cinéstyle Technicolor, aspect ratio 2.35:1 enzovoort. Voordeel was dat deze niet zo zwaar woog en dus ook het stabiliseren een pak goedkoper kon. Beperkte middelen dwingen je om inventief te zijn. In plaats van een volledig steadycampak te huren, kon ik met het soort brace waar je normal een gebroken arm in torst, en met enkel de stok en een paar tegengewichtjes, bijna hetzelfde resultaat bekomen. Het kleine budget dat ik toch heb moeten uitgeven is dan uiteindelijk terugbetaald geweest door vrijwilligersorganisatie TEJO, een groep psychiaters die gratis hulp verlenen aan jongeren die het geld nodig hebben maar niet kunnen betalen.”

U bent filmstudent. Hebt u uw vak op school geleerd?

“Grotendeels wel, zeker. Ik heb in het totaal zeven jaar lang op de schoolbanken gezeten, louter en alleen om me in de beeldende kunsten te specialiseren. Eigenlijk heb ik zowel op het middelbaar (De Kunsthumaniora Antwerpen) als op hogeschoolniveau (Narafi Brussel) enorm veel bijgeleerd. Vooral de praktijklessen, groepsopdrachten, workshops, gastdocenten, stages en begeleiding op elk gebied tijdens de vele praktijkopdrachten waren het leerrijkst.”

Tevreden over uw opleiding?

“Een filmopleiding is enorm duur, daar kan je niet omheen. Het is ook begrijpelijk : het materiaal waarmee gewerkt wordt is enorm duur en de locaties komen ook vaak niet gratis. Als je als student zelf moeten helpên instaan voor de centen, is het bij momenten zwaarder dan verwacht. Ik heb zelf op wekelijkse basis kleine filmopdrachtjes moeten aannemen en elke vrijdag gaf ik les om wat bij te verdienen. De school was wel op de hoogte van de situatie en kon gelukkig begrip opbrengen voor het feit dat ik wel eens laattijdig de rekeningen betaalde. Maar de verschillende financiële mogelijkheden leidden wel vaker tot discussies tijdens de opleiding over de eigen inbreng in het budget van de groepsopdrachten. Ikzelf behoorde tot de groep die het budget zo laag mogelijk wou houden, terwijl anderen op geen cent hoefden te kijken. Het financiële gedeelte terzijde was ik heel erg tevreden over mijn opleiding.”

Wie zijn uw grote voorbeelden in de filmwereld?

“Gewoonweg iedereen die het gemaakt heeft volledig op zichzelf, die van nul iets heeft kunnen opbouwen tot de persoon en de job hij of zij nu heeft bemachtigd. Zonder geboren te zijn in het geld en opeens zich alles te kunnen aanschaffen. Mensen die stap voor stap proberend met veel zweet, tijd en moeite zich hebben weten op te klimmen zonder ‘zoon van…’ of ‘dochter van…’ te zijn.”

“Als ik 1 naam moet noemen is mijn grootste voorbeeld: Robert Richardson, de favoriete DOP van onder meer Oliver Stone, John Sayles, Quentin Tarantino, Martin Scorsese en Errol Morris. Als ik dan zijn mooiste werk naar mijn mening moet aanhalen is dat wat je te zien krijgt in ‘Hugo’ van Martin Scorsese.”

 

 

Waarom moeten we uw film zien?

“Deze generatie leeft in een wereld waarin sociale media niet weg te denken zijn. Iedereen reflecteert zijn eigen leventje zo ideaal mogelijk, terwijl er vaak achter de lachende gezichten meer verdriet zit dan dat er op het eerste zicht te merken is. Het leven is niet altijd perfect en gaat bij iedereen eigenlijk op en neer. Wat ik wil meegeven in mijn film is: Er kan zoveel mislopen, tegenslagen kunnen zich ophopen, maar durf uw problemen te confronteren. Laat nooit de moed zakken.”

Zijn er films van collega-studenten die we volgens u niet mogen missen?

“De korte documentaire van Dane Luttik: ‘Augmented Reality’. Het is bij mijn weten de allereerste uitgebrachte documentaire waarin ze het onderwerp ‘Video Mappings’ wordt uitgelegd, een fenomeen dat bij het grote publiek nog onbekend is. Zo laat hij diverse internationale artiesten aan bod komen, waaronder ook mijn beste makker die ik mee van bij het prille begin tot nog steeds van dichtbij in zijn evolutie heb bijgestaan. De in mijn ogen Belgische trots qua Vj’ing: Jean-Michel Verbeeck.”

Wat is voor u het belang van ‘Het Grote Ongeduld’?

“Het zet de beste eindwerken van alle Belgische filmscholen nog eens in de kijker. In een sector waar veel draait om op de juiste moment opgemerkt te worden door de juiste persoon is dit de ideale omgeving. Een plek waar connecties worden gemaakt en elkaars werk gezien wordt.”

Plannen, dromen voor de toekomst?

“Kansen blijven aangaan, mezelf blijven bijscholen om zo op zijn tijd, stap voor stap ,hogerop te geraken om uiteindelijk mee in fictie terecht te komen en mee langspeelfilms te kunnen realiseren. Dus, cinema is wel degelijk het einddoel.”

Zie ook :

de site van het Grote Ongeduld

– Leni Huyghe over ‘Do You Know What Love Is’

– Willem Leyssens over ‘Lulu du Lac’

Koen De Gussem over ‘Rebird’

– Maithé Franco over ‘Half Day Tour Soweto’

– Ischa Van Ekert over ‘Mi Abuela Raquel’

– Emilie Plouvier over ‘La Femme, c’est Nous’

Emmy Storm over ‘Disclosure’

Bavo Croes over ‘Over Kurken en Snavels’

 

 

Bekijk ook

Lukas Dhont: “Kortfilms zijn meer dan een opstapje naar iets beters”

Dit weekend liep het kortfilmfestival in Leuven af. Hoewel kortfilms vaak geen lang leven beschoren …