Home / Nieuws / Festivals / “Ik teken sterren voor mezelf”: gesprek met FFG-jury Michaël Borremans en Soulwax

“Ik teken sterren voor mezelf”: gesprek met FFG-jury Michaël Borremans en Soulwax

Neem een wereldbekende schilder, twee al even succesvolle producers en een bruisend filmfestival als achtergrond, en het resultaat is een bijzonder geanimeerd gesprek onder cinefielen. 

Het was even vreemd opkijken toen Film Fest Gent de Belgische tak van haar jury bekendmaakte: Soulwax-broertjes Stephen en David Dewaele komen uit de muziekwereld (toegegeven, ze maakten ook al enkele soundtracks voor o.a. Felix Van Groeningen), en met Michaël Borremans werd nota bene een schilder de voorzitter. Maar voorbij die labels zijn ze alledrie ook cinefiel, met een diepgewortelde liefde voor hét festival van hun thuisstad. Tussen de screenings door konden wij hen strikken voor een gesprek over zelfgetekende sterretjes, hardnekkige vooroordelen, de andere juryleden en misschien zelfs eventuele filmplannen.

Jullie zijn nu al enkele dagen bezig. Wat zijn de eerste indrukken?

David: Tot nu toe was het al intens, spannend en saai tegelijkertijd.

Michaël: En we leren veel hé. We worden stilaan toch volwassen.

Stephen: Ik hoop het!

Michaël: Ik heb al geleerd dat ik soms vooroordelen heb. En dat er misschien dingen zijn die ik niet zie in een film. Dat anderen mij daar dan op wijzen, vind ik wel interessant. We zitten met heel uiteenlopende mensen in de jury, en dat is wel een rijkdom. Dat leidt tot diversiteit.

Wat is jullie verhouding met de andere juryleden?

David: Ik denk dat wij iets minder vasthangen aan details, dat wij meer naar het globale pakket kijken.

Michaël: Wij zijn in de eerste plaats liefhebbers.

David: Als we aan het delibereren zijn, merk ik dat zij weleens op andere elementen kritiek op geven.  Dingen die mij soms te technisch zijn, omdat het uiteindelijk wel over iets gaat dat je zou moeten meeslepen. Dus ik denk dat wij een soort tegengewicht vertegenwoordigen in de jury.

Zijn jullie al veel verrast geweest?

David: Ja, maar waardoor mogen we niet zeggen. Tenzij over wat niet in de Officiële Competitie zit, maar daarvoor hadden we tot nu toe geen tijd.

Stephen: Ik had heel graag ook andere dingen gezien, maar dat is echt onmogelijk. We staan op, zitten bijna constant in de cinema en daarna moeten we delibereren.

Michaël: Na drie films ben je ook echt vermoeid.

Stephen: Maar in elk geval werden we zowel in de goede als slechte zin al verrast. Zo zagen we films die we zelf nooit zouden zien, of waar we zelfs vooroordelen over hadden, maar waarvan we toch moesten toegeven “Ik heb het hier compleet verkeerd, misschien is dat eigenlijk wél goed”. Anderzijds waren er ook dingen waar we eerst helemaal wild van waren, waarvan we achteraf toch dachten “Is dat eigenlijk wel juist, in zijn context?” Het zet je aan tot nadenken.

Jullie komen zelf niet uit de filmwereld. Hoe was het om je daar tijdelijk toch in onder te dompelen?

David: Als we dit aanbod niet hadden gekregen, hadden we dat heel graag gedaan op eigen initiatief, maar nooit gekund. Het leven is altijd teveel gevuld met andere dingen. Voor ons alledrie is het een perfect excuus om ons eens echt toe te wijden aan film.

Michaël: Ik vind het ook wel best vermoeiend. Veel films hebben een psychologische impact, en ik ben daar heel gevoelig voor. Echt heftig.

Stephen: Er zijn films die we al gezien hebben in het begin van de week, en nu nog altijd nazinderen. Waarvan we nog altijd niet weten wat we ervan vinden.

Michaël: Normaal blijft één film al nazinderen, nu zijn dat er verschillende. Dat heb ik nog nooit meegemaakt.

En het beoordelen, hoe gaat jullie dat af?

Stephen: De overweging maken van ‘vind ik iets goed of niet’, is heel moeilijk. Er is altijd wel iets goed aan. Maar we moeten geen punten geven, gelukkig.

Michaël: Ik geef sterren, voor mezelf. Ik dacht eerst bloemetjes te doen, maar dat was te veel werk om te tekenen.

David: Op hoeveel dan? Vijf of tien?

Michaël: Vijf, dat is voldoende voor mij.

David: En is er al eentje met vijf?

Michaël: Voor mij is er al eentje met vijf, eentje met vier… Maar ik mag dat nog niet vertellen eigenlijk!

Iets anders dan. Jullie komen alle drie uit Gent – heeft het festival dan een bijzondere betekenis voor jullie?

Stephen: Voor Dave en mij zeker. Onze mama is iemand die al tien of vijftien jaar elke screening gaat kijken. Dat is gewoon een week waarvan we weten dat we haar niet zien (lacht). Het is dus zeker iets dat in onze familie al heel lang leeft, echt de max om dit nu zo intens te kunnen beleven. Nu zie ik mijn mama meer. Deze week zat ze nog in een van de screenings waar wij ook waren. Dat was verrassend, want het was heel vroeg, en het deed een beetje pijn ook. Toen zag ik mijn mama in zaal – zij was er wel al volledig klaar voor.

Michaël: Ik merk telkens dat de periode van het Filmfestival ook voor Gent een cultureel hoogtepunt van het jaar is. Elk jaar wil ik bepaalde films zien, maar vaak heb ik het te druk om te gaan. Dat maakt mij dan zéér slecht gezind.

David: Ja, ik heb dat ook! Dan zijn we bezig aan een project, en denk je ‘Shit, die film had ik willen zien!”. Zeker als hij pas zes maanden later in de cinema komt. Maar die frustratie is een goed teken, dat betekent dat het festival belangrijk is.

Vanwaar komt jullie passie voor film eigenlijk?

Stephen: Dat is een moeilijke vraag, want dan zou je diezelfde vraag moeten stellen over muziek of schilderkunst. Die dingen zijn zo’n groot deel van onze jeugd geweest, dat het evident is dat ze ook later doorsijpelen.

Michaël: Wij zijn de eerste televisiegeneratie hé. Ik herinner mij dat er ’s nachts altijd films opstonden, er was niets anders in de jaren ’70. Ik heb Ingrid Bergman gezien als kind. Dat is iets waar je dan mee opgroeit.

Stephen, jij hebt nog regie gestuurd. Waarom werd het toch muziek?

Stephen: Goh, misschien omdat ik daar toch iets meer gevoel kon inleggen. Het ene sluit het andere ook niet uit. Het is organisch gegroeid: eerst wou ik films maken, dan ben ik met documentaires begonnen en vervolgens muziek. En vanaf dan heb ik gewoon nooit meer teruggekeken.

Michaël: Maar muziek en schilderkunst zijn toch de hoogste kunstvormen (lacht) Film is altijd een hybride vehikel, vind ik.

David: Muziek en schilderkunst zijn heel puur. Bij films is dat een extra uitdaging, om op beide vlakken juist te zitten. Maar als het goed gedaan is, is dat wel echt een prestatie.

Misschien moeten jullie samen een film maken, Michaël de plaatjes en David en Stephen de muziek?

Michaël: Ik zie dat zitten, als ik de muziek mag maken en zij gaan schilderen.

Stephen: Mensen vragen mij en Dave de hele tijd of we op een film broeden, maar we hebben geen plan. Misschien komt het er nooit van. Misschien beginnen we wel te schilderen (lacht).

 

 

 

Bekijk ook

Het 34ste Festival van Namen opent met ‘Chambre 212’, de nieuwe film van Christophe Honoré!

Het 34ste Internationaal Festival van de Franstalige Film van Namen (FIFF) vindt plaats van 27 september tot 4 …