Home / Nieuws / Interviews / Interview Raf Reyntjens over ‘Paradise Trips’ (deel 1)

Interview Raf Reyntjens over ‘Paradise Trips’ (deel 1)

Regisseur Raf Reyntjens vertelt in zijn zelf geschreven film ‘Paradise Trips’ het verhaal van een gepensioneerde, norse buschauffeur, genaamd Mario (Gene Bervoets), die aan zijn vrouw denkt te ontkomen door nog een laatste opdracht te aanvaarden : hij zal een bende jongeren naar een muziekfestival in Kroatië brengen.  Maar de hippies aan boord van zijn bus hebben een andere kijk op leven en muziek dan Mario.  Eerst lijkt Mario er dan ook spijt van te hebben dat hij de opdracht heeft aanvaard, maar al vlug blijkt dat de fascinerende trip de conservatieve ouderling keihard zal veranderen.  Het wordt helemaal een verrassingsreis als hij ook zijn verloren zoon (Jeroen Perceval) terugvindt.

Voor Raf Reyntjens en zijn ploeg waren de opnamen eigenlijk ook een grote verrassingsreis. Want net zoals voor de personages uit hun film, was de hele onderneming veel meer dan een bustrip.

 

‘Paradise Trips’ komt uit op 19 augustus, maar voor het zover is, brengen we hier nog tal van gesprekken met de acteurs. Ook met regisseur Raf Reyntjens hadden we een lange babbel, maar hij verkoos om niet gefilmd te worden.  De babbel gaan we in verschillende delen brengen. Dit is deel 1.  Daarin spitsen we ons toe op het festival. Want de film werd inderdaad op een echt festival gedraaid.  En dat kon niet zomaar om het even welk festival zijn.

Hoe is je verhaal begonnen? 

RAF : “Ik ben ooit op het Dragon Festival geweest, in het Zuiden van Spanje, een plek waar heel veel reizigers van over heel Europa naartoe komen.  Dat was een free festival. Eigenlijk was het vooral een samenkomst van kampeerders die illegaal samentroepten om er te feesten. Er kwamen ook heel wat kijklustigen op af. Alles samen stroomden er jaarlijks een 15000 mensen samen om dat evenement mee te maken. Illegaal, maar je kreeg die ook niet zomaar weg. Want Orgiva, de plaats waar het festival zich afspeelde, is een klein dorp en de plaatselijke politie kon zo’n massa niet verdrijven. Op de duur werd dat festival een jaarlijkse traditie. Maar natuurlijk was het een doorn in het oog van de overheid, omdat ze er geen vat op hadden. Uiteindelijk hebben ze het initiatief plat kunnen leggen door achter de landeigenaars aan te gaan die hun terreinen ter beschikking stelden van de festivalbezoekers. De overheid heeft zeven van die landeigenaars gigantische boetes opgelegd. En zo is dat festival opgehouden te bestaan. Voor mij een streep door de rekening omdat ik van plan was het festival als locatie te gebruiken. Maar dat kon dus niet meer.”

Raf Reyntjens met Line Pillet en Sky van der Hoek (foto Kris Dewitte)

“Er kwam wel een soort spin-off, in Santa Fe, ergens in de buurt van Granada, maar dat was helemaal niet meer hetzelfde. Dus ben ik toen met een lokale fixer, die de buurt heel goed kent, enkele van de centrale figuren gaan aanspreken met de bedoeling dat festival zelf weer op poten te zetten. Ik ben daar toen drie keer naartoe geweest, heb er enkele prachtige locaties gevonden, maar al vlug bleek dat het financieel niet haalbaar was om zelf zo’n festival uit de grond te stampen.  Dus zijn we toen maar gaan uitkijken waar in Europa er een festival plaatsvond met diezelfde hippieachtige vibe, dezelfde vrijbuiterssfeer als die van het Dragon Festival. En zo ben ik terechtgekomen in Ozora, Hongarije, waar een psychedelic festival bestaat waar jaarlijks 30.000. mensen op afkomen. Dat is in een vallei, op een terrein van een boer die zijn land met de eclips van 1999 heeft open gezet, en vanaf 2005 zijn ze daar jaarlijks een festival beginnen organiseren en dat is heel groot en populair geworden. Ik heb die organisatoren ontmoet, heb hun vertrouwen gewonnen, ben met die mensen naar Goa geweest, en in feite was alles rond, ik kon bij hen beginnen draaien, maar uiteindelijk kregen we ook daar het financiële plaatje niet rond en is het project ook daar weer gecrasht. Op het budget. En intussen had ik al een mail gekregen van Ruben Peeters, van het Lost Theory Festival in Deringaj, in Kroatië. Dat wordt daar georganiseerd door mensen uit Gent, omdat de wetgeving in België zo strikt is dat het bijna onmogelijk is om, zoals zij dat doen, hier ergens een week lang 24 uur op 24 door te gaan.

Het Lost Theory Festival in Kroatië, een festival waar er geen regels zijn.

Want dat is het hele idee, dat ze een festival organiseren zonder al te veel regels waar dat mensen gewoon zichzelf kunnen zijn. Alles kan er en niets moet.  Mensen mogen er in de wei hun bus of hun tent neerzetten waar ze willen, en ze kunnen beginnen feesten. Geen strikte regels daar. Je hoeft er niet voor alles te betalen. Je hebt een inkomticket voor de hele week, en je kunt geen dagticket kopen. Je komt binnen en vanaf dan doe je eigenlijk wat je wil. Het is natuurlijk heel fijn, dat zo’n festival bestaat. Er zijn heel veel mensen die zich daarin kunnen uitleven. Maar goed, ik ben dus in 2013 een kijkje gaan nemen op dat Lost Theory Festival, en we hebben er ineens cameratesten gedraaid. Dat is een veel kleinschaliger festival, daar komen zo’n 5000 mensen op af, ook van over de hele wereld, en ja er is heel veel ruimte. De bezoekers worden er niet in vakjes gestopt, je kunt gaan en staan waar je wil, er is super veel natuur.  Deringaj ligt in de bergen, het licht is daar ontzettend mooi, en na die cameratesten hebben we besloten dat het echt wel de ideale plek was om ‘Paradise Trips’ te filmen. Want uiteindelijk is het toch een familieverhaal. Het kleinschalige en het undergroundgevoel past bij het karakter van de film.  En de mensen van het festival hebben ook hun volledige samenwerking gegeven.  Daardoor konden we onze set op het festivalterrein opstellen drie weken voor het festival begon. Twee weken voor de start van het festival zijn we beginnen draaien. En toen de festivalbezoekers aankwamen, stelden ze hun tenten op rond onze set, zonder dat ze merkten dat ze tegen een filmset stonden opgesteld. Er was geen scheiding tussen de filmset en het festivalterrein. Dat was echt het plan. En verder waren we aanvankelijk ook van plan om eerst alle close opnamen van de scènes te draaien, om de ruime shots dan tijdens het festivals te filmen. Alleen hadden we zoveel regen, dat we de planning vaak hebben moeten wijzigen en we uiteindelijk tijdens het festival nog verschillende scènes hebben moeten draaien.”

Waardoor je voor een onmogelijke opgave kwam te staan?

RAF : “Eigenlijk viel dat heel goed mee. Het is een festival met elektronische muziek. Je hebt overal die input van die elektronische muziek. Maar doordat de film zich helemaal op het festival afspeelt, viel dat wel mee. We hebben bepaalde scènes moeten post-synchen (nvdr : de dialogen opnieuw inspreken voor het geluid), en dat is eigenlijk allemaal vrij goed gelukt. We hebben daar niet echt problemen mee gehad. Terwijl er bepaalde scènes zijn die we gefilmd hebben midden op de dansvloer, voor het podium, tussen de massa. Uiteraard wisten we op voorhand dat die zouden moeten gepostsynchd worden. Het is daar heel vrij, maar de bedoeling is wel dat je op de ene of andere manier participeert. Dus we hebben ons als ploeg echt geïntegreerd in die festivalwereld en ervoor gezorgd dat we er niet als een filmploeg of als toeristen bijliepen. Iedereen, cameraman en om het even wie, bewoog tussen het volk, maar nam dezelfde attitude aan als de mensen daar. Zo dat we niet opvielen. Als we op de dansvloer gingen draaien, waren we dikwijls al klaar voor de mensen goed en wel doorhadden dat we aan het filmen waren. Iedereen liet ons begaan. We hebben niet echt problemen gehad. Ik kan me voorstellen dat je op Belgische festivals, waar iedereen tussen dranghekken staat, of er straalbezopen bijloopt, veel sneller in de problemen komt.  We hadden ook niet de intentie om mensen zomaar te gaan filmen. We hebben ervoor gezorgd dat we zelf een hele hoop volk mee hadden. Zo zijn wij op voorhand allerlei feesten gaan afschuimen op zoek naar figuranten die met ons mee op de bus naar Kroatië konden. Dan hebben wij een castingdag in Gent georganiseerd, waar heel veel volk op afgekomen is, en daaruit hebben wij 20 mensen geselecteerd die een heel goeie combinatie hadden tussen een heel eigen karakter en die we toch geschikt achten om de verantwoordelijkheid te dragen van in zo’n film even mee te draaien. En niet ter plaatse voor het festival te kiezen. En dat is heel goed meegevallen. Van in het begin hebben al die mensen super goed meegewerkt. Die kenden ook heel veel mensen van dat festival zelf.  Waardoor onze groep groeide met andere festivalgangers. Op een gegeven moment hadden wij 50 figuranten, die allemaal wilden meedoen en bereid waren om in beeld te komen. Dat was heel bijzonder.”

 

Mensen op het festival filmen, kon zomaar niet. Daarom nam de productie een heleboel figuranten uit België mee.

Je kwam terecht op een underground-festival. Wil dat ook zeggen dat je een underground-film aan het draaien was?

RAF : “Nee, ‘Paradise Trips’ is een heel toegankelijk verhaal. Het gaat over een generatieconflict tussen een vader en een zoon. En dat wordt gekoppeld aan een conflict tussen een cultuur en een subcultuur. Maar dat is echt de achtergrond van het verhaal, gewoon een hele mooie setting waarin dat familieverhaal verteld wordt. Iedereen kent wel zo’n vader-zoon-conflict, maar net door dat verhaal tegen een achtergrond te plaatsen die niemand kent, een achtergrond die geen traditionele regels kent, krijg je dat conflict in zijn naakte vorm te zien. En zo wordt iedereen aangegrepen, gaat iedereen zich toch op de ene of andere manier met die figuren verbonden voelen. De film is ook zo opgebouwd dat hij heel toegankelijk is. Voor iedereen. Het was helemaal niet de bedoeling om het verhaal hermetisch te vertellen. Dus ik denk eigenlijk dat de film voor een breed publiek bedoeld is. Maar het is niet per se een commerciële film. Dus die dualiteit komt eigenlijk overal wel terug. Die dualiteit tussen conservatief en progressief. Tussen cultuur en subcultuur. Tussen de verschillende generaties. Dat is ook de grote vraag : wie gaat naar die film komen kijken?  Ik denk de jongeren hem heel goed zullen vinden, maar ik denk ook dat mensen met iets meer levenservaring, mensen met kinderen die volwassen worden, grootouders met kleinkinderen, dat die allemaal iets kunnen hebben aan de film.”

 

Raf Reyntjens regisseert Noortje Herlaar, Cedric Van den Abbeele en Jeroen Perceval

Sluit de muziek die we in de film horen bij de muziek die op het festival geprogrammeerd stond?

 

RAF : “Ja, voor dat festival was het ook heel belangrijk dat de muziek die in de film kwam overeenkwam met de sfeer van het festival. En voor mij was dat ook belangrijk. Want het moest echt authentiek zijn. Ik ken wel wat van die muziek, maar dat is underground, dus dat evolueert constant. Elk moment dat ik met de film bezig was, evolueerde die muziek verder. Die festivalmensen hebben heel goed meegewerkt om mij die artiesten te leren kennen die bij hen speelden. Ik heb heel veel nieuwe muziek ontdekt;  En zo heb ik een soundtrack kunnen samenstellen met festivalmuziek die perfect past bij de sfeer die we in beeld zien. We hebben natuurlijk de muziek live opgenomen tijdens de scènes die we aan het filmen waren, maar in de film duurt de scène vijf minuten terwijl we er vier uur over doen om die scène op dat festival te shooten.  Dus die muziek wisselt dan voortdurend. Dus om het allemaal aan mekaar te krijgen in de montage was het wel een uitdaging. Maar het is heel goed gelukt. Met Els Voorspoels. Een monteuse met heel veel ervaring die er heel goed in geslaagd is om dat heel gevoelige, subtiele van die relaties eruit te krijgen, midden dat festivalgeweld.  Op alle vlakken was dat een superdunne balans. Tijdens het monteren was dat zoeken.  Je weet dat dat er ergens in zat, maar het is ook pas na drie maanden monteren dat dat er ergens is uitgekomen. Dat we eindelijk wisten : zo moet de film eruitzien. En dat we die hebben kunnen afwerken. En in het begin was dat zoeken, zoeken, zoeken. Maar we waren over het festival bezig : het was ook belangrijk dat die underground muziek clashte met die holidaymuziek van in Mario zijn bus. Dat zijn die twee werelden. Er is heel veel muziek die niet op de film is geplakt maar die op de locatie zelf speelt, daar is opgenomen. We hebben wel nog extra muziek laten maken door een muzikant in Nederland, David Van der Heijden, die een soundtrack op klassieke spaanse gitaar heeft gemaakt. Komt helemaal niet zoveel in de film, maar ze heeft wel een specifieke functie. En dat maakt het wel compleet.”

 

David van der Heijden schreef muziek bij de film

De release van de film is achteruitgeschoven.

RAF : “Ja, 1 juli was niet officieel. Maar omdat ‘Lee & Cindy C’ uitkomt op 1 juli, zijn wij verschoven naar 19 augustus. We wilden eigenlijk eerst uitgaan in het begin van de zomer, maar het heeft geen zin om met twee Vlaamse films tegelijk uit te gaan… En uiteindelijk denk ik dat 19 augustus een goeie datum is. We spelen op mensen die terugkomen van de zomer en we gaan wel een beetje op het nostalgiegevoel spelen : de zomer die voorbij is en mensen die nog één keer op reis kunnen naar Kroatië.  Dus ik ben wel tevreden met die releasedatum.  En het is ook twee dagen na het Lost Theory Festival 2015. Dus als al die mensen terug naar België komen, kunnen ze nog eens gaan nagenieten van dat festival.”

Dat festival vindt dit jaar dus niet in juli plaats?

RAF : “Eigenlijk is het elk jaar in augustus. Lost Theory kan je ook wel omschrijven als een transformational festival, zoals elk land er wel één heeft, behalve België.  En om de twee jaar is er in Portugal het Boom Festival, dat is de mother of all transformational festivals. Een transformational festival is een festival waar je naartoe gaat om jezelf creatief te kunnen uiten en dan als een herboren mens terug te komen. En daarom is Lost Theory in 2014 verschoven naar juli.  Maar in augustus heeft het ook heel de maand geregend.  Dus het was een rare zomer.”

Raf Reyntjens betovert Gene Bervoets in ‘Paradise Trips’ (foto Kris Dewitte)

Je hebt even mogen meedraaien in dat circuit. Ben je intussen vaak herboren? 

 

RAF : “Nee, ik zat niet in dat circuit, maar ik vind dat wel een heel interessante wereld. Ik vind het heel interessant dat er mensen zijn die beslissen om een festival te organiseren dat indruist tegen de gangbare normen. Op de meeste festivals staan tegenwoordig dranghekken, ze pakken zoveel volk binnen als ze kunnen, de ticketprijzen zijn ongelooflijk duur en binnen kan je alleen maar ongezond eten eten tegen woekerprijzen.  Er zijn allerlei regeltjes, zoals je eigen eten niet meepakken, alleen maar drinken uit plastic bekertjes, met alcoholarm bier, overal gecontroleerd worden,… Dat gaat helemaal mee in de hedendaags security-trip. Terwijl, als je gewoon een festival organiseert waar iedereen zijn ding kan doen, waar genoeg plaats is voor iedereen, dat je geen regeltjes oplegt en iedereen gewoon een standaard-fee laat betalen om binnen te komen, zonder al die reclame die overal op je wordt afgevuurd, dat lucht wel op om eens een week rond te lopen in zo’n omgeving, tussen allemaal mensen die je appreciëren om wie je bent. En waar ook geen typische mode heerst. Je hebt daar natuurlijk veel hippies, omdat die daar ook gewoon hun ding kunnen doen, maar dat zijn niet alleen maar hippies natuurlijk. Je hebt daar mensen van allerlei slag. En dat is gewoon heel fijn om in een omgeving te zijn waar waar mensen elkaar niet lastig vallen en de natuur respecteren, …”

KLIK HIER voor DEEL 2 van het RAF REYNTJENS-interview.

KLIK HIER voor DEEL 3 van het RAF REYNTJENS-interview.

Zie ook :

de trailer van ‘Paradise Trips’

‘Paradise Trips’ in het Cinevox-journaal

Interview Gene Bervoets

Interview Jeroen Perceval

Interview Line Pillet

De wereldpremière : een impressie

Bekijk ook

Juanita Onzaga over haar poëtische kortfilm ‘Our Song To War’

Na Cannes nam de Belgisch-Colombiaanse Juanita Onzaga haar tweede kortfilm “Our Song To War” naar …