Home / Nieuws / Festivals / ‘Nuestras Madres’ van de Belgische/Guatemalaanse regisseur César Diaz, wint de SACD prijs op La Semaine de la Critique in Cannes

‘Nuestras Madres’ van de Belgische/Guatemalaanse regisseur César Diaz, wint de SACD prijs op La Semaine de la Critique in Cannes

Op 22 mei werden de prijzen van La Semaine de la Critique in Cannes uitgereikt. Regisseur/scenarist César Diaz wist een van de drie prijzen, de SACD prijs, voor zijn film Nuestras Madres in de wacht te slepen. Tijd voor een gesprek.

César Diaz (1978) werd in Guatemala geboren. Na studies in Mexico en België, nam hij deel aan een scenarioworkshop van het Femis in Parijs. Gedurende een tiental jaar monteerde hij verschillende docu- en fictiefilms. Tussendoor regisseerde hij enkele korte docufims, waaronder Semillas de Cenizas, die op een twintigtal internationale festivals werd getoond, en Territorio Leberado, winnaar van de IMCINE prijs in Mexico. Nuestras Madres is zijn eerste langspeelfilm.

Het verhaal speelt zich af in Guatemala in 2013. Vele militaire leiders die verantwoordelijk waren voor de burgeroorlog worden er berecht. Slachtoffers wachten hun beurt af om te getuigen. Ernesto, een jonge anthropoloog aan het forensisch anthropolische instituut, helpt bij het opsporen van vermisten. Op een dag ontdekt hij in de verklaring van een oude vrouw een aanwijzing die hem zou kunnen helpen bij het opsporen van zijn vader, een guerillastrijder die ook tijdens de oorlog is verdwenen. Ondanks het verzet van zijn moeder, gaat hij toch op onderzoek uit. Hij zal de waarheid aan het lichten brengen.

Hoe is het idee voor de film ontstaan?
Tijdens locatiesbezoeken voor een docufilm kwam ik in een dorp waar een massamoord had plaatsgevonden. De vrouwen waren heel openhartig, deden intieme ontboezemingen over een enorme gruweldaad. Ik was er ondersteboven van. Zelf wilde ik een persoonlijker verhaal vertellen, over de band tussen een moeder en haar zoon, de zoektocht naar de vader. Daar, op dat moment, is het idee ontstaan om beide verhalen te combineren. Daarna was het natuurlijk een zoektocht om een evenwicht te vinden tussen de verschillende verhaallijnen.
Aan de hand van een persoonlijk verhaal wilde ik een groter onderwerp aansnijden, het geheel universeler maken. De kijker moest emotioneel geraakt worden, het mocht geen geschiedenisles worden.
In eerste instantie wilde ik uitsluitend met amateurs werken. Maar al snel werd duidelijk dat dit verhaal met echte acteurs verteld moest worden. Zo zou het fictieve gedeelte realistisch worden. Tegelijk wilde ik omwille van wat er werkelijk is gebeurd in dit dorp, waar we ook gefilmd hebben, iets tastbaars nalaten.
Samen met mijn cameravrouw hebben we ons daarom de kop gebroken over hoe we de skeletten, schedels en lijken in beeld moesten brengen. Het mocht niet te esthetisch overkomen, dat zou niet in verhouding zijn geweest met het standpunt van waaruit we het verhaal wilden brengen. Tijdens het draaien was dit een constante denkoefening. Omdat vele mensen in Guatemala iets dergelijk hebben meegemaakt, voelden we ons verantwoordelijk om alles zo waarheidsgetrouw als mogelijk weer te geven.
Ik vond het belangrijk om de vrouwen die we hebben gefilmd en die deze gruwelijkheden ook daadwerkelijk hebben beleefd, niet in de slachtofferrol te duwen, noch een paternalistisch discours te brengen, maar deze vrouwen de heldenstatuus die ze verdienen toe te dichten.

Nuestras-Madres-Cesar-Diaz

Terwijl Ernesto de skeletten van vermiste strijders reconstrueert, helpt hij de geschiedenis te schrijven. Hoe ging je te werk om deze opmerkelijke beelden aan het begin van de film te draaien?
Door het forensisch anthropologisch instituut vaak te bezoeken en het wetenschappelijk onderzoek te leren begrijpen. Telkens zag ik hoe de schedels en skeletten er werden samengesteld en hoe het dan leek alsof de overledene plots herrees. Dat gevoel heb ik proberen weergeven, door het hele proces van bovenaf te filmen.
Door de doden te identificeren, kunnen de nabestaanden eindelijk beginnen rouwen en de draad van hun leven weer oppikken. Tegelijk maakt het ook duidelijk dat deze mensen niet voor niets zijn gestorven, ook al gebeurt dit pas 40 jaar later.
Nadat we elkaar hebben afgeslacht, wat vangen we aan met de doden? Hoe leren we leven met de littekens die dit ons heeft nagelaten? Er is bij veel werk aan de winkel in Guatemala. Opdat het land van de burgeroorlog kan herstellen, moet daar op individueel vlak aan gewerkt worden.

Hoe ben je met de acteurs aan de slag gegaan?
We hebben hard gewerkt aan de moeder-zoonrelatie. We hebben hen eerst een verleden gecreëerd en zo de lacunes in het scenario gedicht. Bij aanvang van iedere scene wisten we exact in welke gemoedstoestand onze personages zich bevonden.  Armando Espitia en Amma Dib wisten meteen een intieme band tussen elkaar tot stand te brengen. Soms had ik het gevoel dat mijn personages een eigen leven leiden, zonder mij.

Was het een moeilijke opdracht om in Guatemala te filmen?
Het was vooral moeilijk om veiligheid te garanderen, want het is een geweldadig land. We werden steeds begeleid door politie en privé-bewakers. Op politiek vlak hebben we niet veel tegenwerking gekregen, maar het scenario werd vooral binnenshuis gehouden want het was tenslotte een Belgisch/Franse coproductie.
Dit gezegd zijnde, het land kent niet echt een filminfrastructuur, wat ons een zekere vrijheid gaf. En de ploeg, die nochtans uit België, Frankrijk, Mexico en Guatemala kwam, heeft saamhorig werkelijk prachtig werk geleverd.

Bekijk ook

Belgisch-Japanse filmmaakster geselecteerd voor FIDMarseille!

De experimentele film N.P van Lisa Spilliaert is geselecteerd voor de Internationale Competitie van FIDMarseille.  …