Peter Krüger maakte met ‘N’ een film die zich niet laat benoemen

Hier en daar wordt ‘N – The Madness of Reason’ gecatalogeerd als een documentaire.  Maar dat is het niet.  De film van Peter Krüger kijkt wel deels terug op het leven van de Franse encyclopedist Raymond Borremans, die halverwege vorige eeuw Frans West-Afrika in een gigantisch boekwerk wou gieten, maar niet verder kwam dan de letter N. Maar even goed kijkt de film vooruit en maakt eigenlijk het werk af van Raymond Borremans.  Je kunt er gewoonweg niet meteen een naam op plakken.  Het is een beetje alsof Krüger het medium opnieuw uitvindt. Je krijgt als een heel andere kijkervaring aangeboden, een gewaarwording eigenlijk.  Dat was ook zijn intentie, zo vertelde Peter Krüger ons.

Peter Krüger : “De film wil de toeschouwer gewoon meesleuren in een ervaring.  Hij wil helemaal geen discours bieden, of een informatieve film zijn.  We volgen ook niet echt bepaalde personages. Ben Okri beschreef de film altijd als een reis die lijkt op een rivier. Die rivier heeft bochten en kronkels en die draait en die keert en die leidt je naar een onbekend universum.  Het is ook de manier waarop het gefilmd is, met een meanderende camera die je meesleept van de ene plek naar de andere op een heel associatieve manier.  Ja, dat zorgt ervoor natuurlijk dat het meer een ervaringsfilm is dan een narratieve film.”

Eigenlijk meer een fictiefilm dan een documentaire. 

Peter Krüger : “Wel, het is zeer moeilijk te plaatsen wat het is. De ironie is natuurlijk dat het hoofdpersonage van de film iemand is die zijn hele leven aan het categoriseren is geweest. Hij heeft eigenlijk niets anders gedaan dan benoemen, definiëren, categoriseren en de dingen een plaats geven.  En net tegen die zeer rationele manier om naar de wereld te kijken, gaat de film in. Het hoofdpersonage wordt wakker in een wereld die hij helemaal niet begrijpt.  En die film is ook iets dat heel moeilijk te vatten valt, omdat je onmogelijk kan zeggen : het is een documentaire of  het is fictie.  Wat is het dan?  Het enige wat je kan zeggen, is  : het is een film.  Het is met audiovisuele middelen gemaakt, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de realiteit en de verbeelding, of wat ik dan noem : de zichtbare wereld en de onzichtbare wereld.  In mijn vorige film, ‘Antwerpen Centraal’, vermengde ik ook fictie en documentaire, maar daar was het nog zeer duidelijk wanneer we in de fictie zaten en wanneer in de realiteit.  Als er een leeuw in het station rondliep, voelde je nog de werkelijkheid, maar je wist dat het een verhevigde vorm van de realiteit was, een soort magisch realisme.  En in deze film heb ik eigenlijk die twee te vermengen, zodanig dat je eigenlijk één magisch universum krijgt, maar zonder nog een onderscheid te maken. Dat brengt natuurlijk problemen met zich mee, want als je je film wil inzenden voor een festival, moet je er een label opplakken. En dat is moeilijk.  Hij gaat net volledig tegen die categorisering in. Dat is the point van de film.”

Dat is ook het dubbele aan de figuur van Borremans zelf.  Hij was oorspronkelijk muzikant, later trok hij met een mobiele cinema rond, het was een avonturier, een vrije geest, en toch was er die drang tot ordenen.

 

Peter Krüger : “Ja, klopt, ik denk dat dat heel typisch Westers is. Denk aan de  kolonialen.  De Westerlingen hebben altijd de neiging gehad om Europa hun thuis te verlaten en op ontdekkingstocht te trekken.  Om de ander ergens ook te omarmen. En op avontuur te zijn. En in de rest van de wereld ook uzelf ergens te vinden. We houden daarvan. We denken : onze eigen identiteit gaan we vinden als we ergens in the middle of nowhere aan het rondtrekken zijn. En dat verlangen naar vrijheid is zeker een belangrijk aspect, ook voor een figuur als Borremans. Maar de Westerling is een verscheurde mens. Die omarmt die vrijheid, die dwaalt daar rond, maar aan de andere kant wordt hij geconfronteerd met zijn eigen waanzin, denk ik. Het is bekend dat heel veel kolonialen heel veel alcohol dronken, dat ze helemaal niet om konden met die vervreemding van zichzelf en van hun eigen achtergrond die ze verlaten hadden. En daarom dat ze dat wilden compenseren. Borremans deed dat door een duidelijk doel na te streven. Een heel eenvoudig doel om zichzelf te beschermen tegen de waanzin. En dat was voor hem : die encyclopedie maken, waarbij hij voortdurend die fiches invulde. Altijd verder gaan in die obsessie. Ter bescherming tegen zijn eigen demonen, tegen de angst voor het onbekende en tegen de angst om zichzelf te verliezen.  Daar gaat de film ook over : in welke mate kunnen we onszelf verliezen of kunnen we naar de wereld kijken als een magische plek die we niet begrijpen? Kunnen we daar in meegaan of moeten we ons daar net tegen beschermen en trachten heel rationeel en objectiverend greep te krijgen op de werkelijkheid? Die spanning zit daar helemaal in, ja. In de film heb ik dat trachten te visualiseren : je hebt de stem van de geest, de Westerse geest, de geest van Borremans en die gaat in dialoog met een vrouw die in het begin van de film op het bed ligt, een Afrikaanse vrouw, en die lijkt met hem te kunnen praten. Zij is de enige die in dialoog gaat met hem en zij probeert hem voortdurend weg te trekken uit die rationaliteit. Ze toont hem andere werelden. En uiteindelijk, aan het eind van de film, komt het moment dat hij zegt : “Ik moet Afrika met rust laten, ik moet met mijn rationele manier van denken niet voordurend iedereen proberen van mening te laten veranderen, laat Afrika gewoon zichzelf zijn.  Afrika has to make it’s own destiny.”

Eigenlijk zit dat gevoel ook in het gevoel dat je als kijker aan de film overhoudt : het is een geordende chaos.

 

Peter Krüger : “Ja, in zekere zin wel (lacht). We hebben ooit geprobeerd zelfs om de film lineair te monteren, op een westerse manier, met een beginpunt, en volgens de juiste orde – a, b, c,d… – maar dat werkte helemaal niet, omdat de film helemaal niet zo gedraaid is. Ten eerste visueel al niet, met die steadicam, dat rondzweven over de aarde en tussen de mensen. Hij heeft helemaal die rechte lijn niet. Dus het moest eigenlijk allemaal met kromme lijnen opgebouwd worden. De poging om het toch recht te trekken is niet gelukt (lacht).  Aan de andere kant heb je toch een duidelijke narratieve structuur : het is het verhaal van een man die sterft, hij wordt een geest, hij weet aanvankelijk niet waarom hij een geest is.  Hij vraagt zich af : ben ik al gestorven of niet?  Hij weet niet waar hij naartoe gaat tot op een moment dat hij beseft : ik ben dood.  En als ik dood ben, moet ik een nieuwe bestemming hebben. Want er moet een reden zijn waarom ik dood ben. En dan wordt hij wakker in de burgeroorlog, enzovoort. En het eindigt met de uitdrijving van de geest. Die basisstructuur is eigenlijk heel traditioneel. Maar alleen heb ik de structuur verborgen willen houden voor de toeschouwer. De kijker begint aan een reis, maar hij weet helemaal niet waar we naartoe gaan varen. Hij doet het in dezelfde toestand als de geest zelf die niet weet waar hij naartoe vaart.  Dat is natuurlijk een uitdaging voor de toeschouwer. Ik reik de hand, maar de mensen moeten natuurlijk durven meevaren.”

Het klinkt als een waanzinnige onderneming en de waanzin spreekt ook uit de film. Was het inderdaad allemaal zo waanzinnig?

Peter Krüger : “Ja, het was absoluut waanzinnig. Er werd af en toe een grapje over gemaakt : je gaat dit nooit afmaken. Zelfs Ben Okri, die de tekst heeft geschreven, vertelde me acht jaar geleden : ‘Jouw verhaal van Borremans en zijn enclyclopedie, dat is een megaverhaal, dat is zodanig groot en zodanig gelaagd in thema’s, het westen versus Afrika, het schrift tegenover het gesproken woord, de toekomst van Afrika en de hele burgeroorlog, enfin, zoveel lagen, zo complex en veel, je gaat daar jaren over doen. Toen was ik nog naïef en ik dacht : neen, een jaar of drie en dan gaan we draaien.  Maar hij had natuurlijk helemaal gelijk. Het was waanzinnig. Niet alleen de research duurde enorm lang – ik moest al die plekken zien en al die personages vinden – ook het draaien zelf duurde ook heel lang, omdat ik bepaalde fases op verschillende momenten wou vangen.   Zo ben ik in totaal vijf keer naar Ivoorkust geweest, om verschillende stappen in het proces van de burgeroorlog en het vredesproces te filmen. Dus alles is gewoon zeer intensief geweest en kostte gigantisch veel tijd. Om bijvoorbeeld met rebellen van het noorden af te zakken naar het zuiden, en met hen te onderhandelen om te kunnen filmen bijvoorbeeld, dat waren allemaal processen die weken en weken onderhandelingen vroegen.  Het was allemaal op de rand van de waanzin qua energie om een film te maken die anderhalf uur moest duren en waar mensen dan eventjes in de bioscoop van moesten genieten. Het contrast tussen de energie die je erin steekt en dan het finale resultaat is gigantisch natuurlijk.”

Maar het is veel allemaal.  Net als je bij het doorbladeren van een encyclopedie krijg je een overload aan informatie, …

Peter Krüger : “Ja, het is heel veel. Sommige mensen merkten het me op : het is bijna te dense.  Het is veel en zonder ook alles uit te leggen hé.  Want wat ik nu vertel, zit er in, maar het is niet zo dat je dat direct begrijpt.  Intuïtief, associatief maak ik die links. Sommige mensen zien dat direct, andere moeten het misschien drie, vier keer zien om alles te zien wat ik er probeer in te leggen, maar dat vind ik dat ook de rijkdom van een film.  Als een film kan een leven leiden zoals een boek, of zoals een gedicht – een gedicht lees je ook vaak, niet één keer, maar vijf keer – dan is het niet meer dan normaal dat je soms meerdere keren moet kijken om alles te kunnen vatten wat er in verscholen zit. En dat hoeft ook niet per se.  Voor sommigen zal het volstaan dat het een mooie ervaring is.”

 

Zie ook :

Peter Krüger over samenwerken met Ben Okri

Catalogeren kan tot oorlog leiden, volgens Krüger

Filmtip van de week

De trailer van de film

Patrick Duynslaegher over ‘N – The Power of Madness’

Bekijk ook

Cannes throwback: Johan Heldenbergh over The worst ones!

Enkele weken geleden viel Les Pires met Johan Heldenbergh in de prijzen op het filmfestival …