Raf Reyntjens over ‘Paradise Trips’ – deel 3

Waarom hij per se de film wilde maken, waarom hij op een echt festival wilde draaien, en hoe moeilijk dat bleek om te realiseren, hoe duur het was en hoe avontuurlijk, dat kon je al lezen in deel 1 en deel 2 van het interview met regisseur Raf Reyntjens. En nu de film er echt staat aan te komen – woensdag 19 augustus opent hij in tal van Vlaamse bioscopen – willen wij het uiteraard nog eens hebben over de cast en crew en nog tal van andere zaken. Zoals zijn hoofdrolspeler Gene Bervoets bijvoorbeeld.

RAF : “Je kunt gerust zeggen dat Gène Bervoets een grote, commerciële naam is. Hij is zowel in België als in Nederland gevestigd.  In Nederland speelt hij heel veel tegenwoordig. Daar hoort hij bij de topacteurs van zijn leeftijd. In België is hij de laatste tijd nog steeds bekend van zijn werk voor de televisie, hoewel hij zich tegenwoordig eigenlijk vooral concentreert op theater-en filmwerk. Maar ik durf wel te zeggen dat hij een heel opvallende vertolking heeft neergezet. Er zal zeker over gesproken worden. Ten andere omdat hij ook een transformatie heeft ondergaan om dat personage van de Mario te worden.”

Je hebt er een oude man van gemaakt. 

RAF : “Oud, neen, durf ik niet te zeggen. Voor zijn leeftijd heeft hij nog heel veel trots. Hij speelt een buschauffeur die in zak en as zit, hij staat wat te dik, ziet het allemaal niet meer zitten, echt een bullebak eigenijk. En hij doet dat heel goed. En dan is er natuurlijk Jeroen Perceval, die toch echt wel up and coming is. Nog niet echt beroemd bij het grote publiek, wel na ‘Plan Bart’ toch al wat bekender, omdat dat wel een rol was die meer mensen heeft aangesproken. Ook hij speelt een hoofdrol. Maar het eigenlijke hoofdpersonage is onmiskenbaar dat van Gène.  Jeroen is de antagonist en die speelt dat echt supersubtiel. Het is ongelooflijk om hem op groot scherm bezig te zien. Nog elke keer als ik de film zie, wordt hij beter en beter en beter. En hij heeft ook echt een transformatie ondergaan voor zijn rol. Gène hebben we kaal gemaakt en Jeroen hebben we haar gegeven. Daar komt het eigenlijk gewoon op neer. En dan is er natuurlijk nog Cédric Van Den Abbeele, een klein jongetje dat zijn eerste filmrol heeft gespeeld. Ondertussen is hij al in ‘Vermist’ te zien, maar dat was na de shoot van ‘Paradise Trips’. We zijn hem op het spoor gekomen in ‘Van den vos’, dat stuk van FC Bergman. Hij had al wat theaterervaring. En er was vooral een hele goeie klik met Jeroen tijdens de auditie. Dat is echt een ontdekking, dat jongetje.”

Line Pillet is het bekendste vrouwelijk gezicht in de film.

RAF : “Line Pillet speelt een belangrijke bijrol. Ze heeft veel scènes samen met Gène Bervoets. Ik had haar eerst gezien in ‘Little Black Spiders’ maar wist toen niet of ze geschikt was voor de rol. Maar dan kwam ze op de auditie en heeft ze de concurrentie gewoon weggeblazen. Ik wist onmiddellijk dat zij het moest zijn. Ja, Line heeft zich ook helemaal ondergedompeld in die subcultuurwereld om dat op korte tijd helemaal te begrijpen. Ze is er echt ingedoken. Dat was echt fantastisch. Ik denk dat ze er ook heel veel vrienden heeft gemaakt. En dan niet te vergeten, Pieter Verelst natuurlijk. Die ook een bijrol speelt. Je zult hem ook tegenkomen in de bus en op de dansvloer. Hij is nu heel bekend van ‘Familie’, maar dat wisten we toen nog niet. En dan hebben we ook gewerkt met twee Nederlandse actrices : Noortje Herlaar die ook een hoofdrol speelt. Fantastische actrice met een ongelooflijke naturel. Ze is groot geworden met musical in Nederland, maar concentreert zich nu vooral op film. En dan Marie-Louise Stheins, die een oude hippie-bomma speelt, die heel belangrijk is voor Mario in het verhaal. Ook fantastisch. Mijn samenwerking met de acteurs was echt een topervaring; Dat ging heel goed. Ze hebben allemaal hun personage op een fantastische manier neergezet. Ik ben daar echt super tevreden over.”

Wie was je man achter de camera, je DOP?

 

RAF : “Rik Zang. Ik denk dat het voor hem tijdens dat festival ook geen pretje moet geweest zijn, omdat we heel veel hit-and-run gedraaid hebben, maar we hebben wel een deal gemaakt dat we niet zouden gaan freewheelen. We draaiden weliswaar live op een festival, in moeilijke omstandigheden, maar het was niet de bedoeling dat we zomaar wat gingen doen. Eigenlijk heb ik met Rik de shotlist overlopen en hebben we samen een vast aantal shots afgesproken dat we absoluut moesten hebben. Dus ook als we in documentaire omstandigheden filmden, hebben we ons aan onze shotlist gehouden en hebben we ons niet laten verleiden om allerlei zaken te gaan draaien die er goed uitzagen. Alles is hand-held gedraaid, maar we hebben geprobeerd om wel een filmische découpage aan te houden, zonder de personages al te veel te gaan volgen.”

 

“Soms hebben we wel wat moeten improviseren, zoals bijvoorbeeld de scène rond het kampvuur – met allemaal figuranten. Ik had het heel leuk gevonden als die scène helemaal tijdens de zonsondergang werd gedraaid.  Dus we zijn beginnen draaien net voor zonsondergang en we zijn gestopt wanneer het donker was. Op een uur tijd hebben we er een volledige scène op gezet met acteurs en dialoog en allerlei figuranten, gewoon gezegd : we doen dat. En als iedereen erin gelooft, dan ontstaan er zo van die magische momenten waar alles gewoon lukt. Op die momenten hebben we echt de film gered. Terwijl op andere momenten, als het stortregende bijvoorbeeld, glipte de film weer even uit onze handen.  Sommige momenten, als iedereen op dezelfde golflengte zat, met het weer dsan, dan lukte het ineens allemaal weer wel. Dat is het rare. Het ging heel moeilijk door weersomstandigheden, maar op een gegeven moment was het twee dagen goed weer en hebben we veel kunnen inhalen, dat was natuurlijk fantastisch voor de vibe.”

 

Je hebt gedraaid op festival dat zich als transformational bestempelt. Heeft de film je getransformd, een ander mens van je gemaakt?

 

RAF : “Ja, de film heeft me getransformd in de zin dat ik er zo lang mee ben bezig geweest en nu dat het achter de rug ligt, heb ik het gevoel dat het is afgesloten. Het is ook wel een persoonlijke film op een bepaalde manier. Het zijn dingen die me heel lang hebben bezig gehouden in mijn leven, maar het is allesbehalve autobiografisch. Maar mensen vragen me dat wel soms : gaat dat over je eigen leven? Maar dan moet ik eigenlijk zeggen : neen. Ik laat me wel inspireren door wat ik zelf zie rondom mij en ook door mijn eigen persoonlijke relaties, maar ik hutsel dat zo door mekaar, ik smijt dat zo in de mallemolen van het scenario dat ik echt niet mag zeggen dat het autobiografisch is. Mijn vader en moeder zijn er bijvoorbeeld altijd geweest.  Terwijl de vaderfiguur in het scenario iemand is die zijn hele leven van huis is geweest. Los daarvan had ik ook wel gehoopt dat het voor mij een fantastische ervaring zou zijn, en puur professioneel was het dat ook wel, maar ik moet wel toegeven dat ik in heel die trip naar Kroatië geen seconde de tijd heb gehad om met andere zaken dan die film bezig te zijn. Omdat er nooit tijd over was, is er voor mij niet echt een festival geweest, en dat had ik toch wel enigszins anders verwacht. Ik hoop dat ik mijn volgende film op een enigszins andere manier kan draaien, met wat meer draaidagen.”

“Achteraf bekeken was het een hobbelig parcours. Ik denk dat ik de problemen een beetje heb gezocht doordat ik in het begin nog te veel twijfelde. Ik heb het in 2006 de eerste keer bij het VAF en toen wilde niemand er wat van weten. Toen heb ik eerst een kortfilm gemaakt en heb ik opnieuw geprobeerd en dat dossier is toen geselecteerd bij Binger Filmlab. En het is eigenlijk bij Binger Filmlab, door er echt een half jaar fulltime mee bezig te zijn, dat ik echt zelf te weten kwam wat ik wilde vertellen.”

 

Wat houdt dat eigenlijk in, zo’n sessie bij Binger Filmlab?

 

RAF : “Toen was dat een heel intensieve cursus scenario met 20 filmmakers van over de hele wereld, die allemaal met een persoonlijk project geselecteerd werden. En elke verschillende fase van het scenario-aspect kwam erbij kijken en voor elke fase was er een aparte docent, die alle scenario’s onder de loep nam. Maar ook alle medecursisten lieten hun licht schijnen op de projecten van de anderen om die naar een hoger niveau te tillen. Je had dus adviseurs die met heel commerciële projecten bezig waren en andere die in de extreme arthouse cinema te situeren vielen. Dat was een heel interessante cocktail. En ook de projecten waren heel verschillend.  De ene waren heel experimenteel en hermetisch, de andere heel commercieel.  En daar moet je je weg in vinden. Het werd al vrij snel duidelijk dat je gewoon moet doen wat je zelf vindt dat er moet gebeuren. Dat is de enige manier om je scenario tot een goed einde te brengen.  Daar heb ik die zelfzekerheid gevonden om mijn eigen ding te doen en mensen van mijn verhaal te overtuigen. En dan nog zijn er altijd mensen geweest die niet mee waren met dat verhaal. Maar hoe gepassioneerder je ermee bezig bent, hoe meer je je overtuiging kunt overbrengen.  En voila, zo is de film er uiteindelijk geraakt, denk ik.  Mijn verhaal is nog altijd krak hetzelfde als vroeger.  Het zit gewoon veel beter in mekaar. Op een gegeven moment vreesde ik dat mijn verhaal dood was. Dat is het niet meer voelde. Maar het was net doordat we van 32 draaidagen naar 26 moesten en er bijna een onmogelijke opdracht van te maken, dat er weer leven in kwam. Net die uitdaging heeft me er heel veel zin in gegeven.  Doordat het zo snel moest gaan, kreeg het verhaal een naturel mee die je niet kan forceren. Dat was wat mijn film nodig had. Om de acteurs in die documentaire realiteit te laten passen.  Ik kende het scenario van binnen en van buiten. Ik kende de planning tot in de kleinste details.  Dus ik wist bij elke onverwachte wending, regen of wat dan ook, wat de mogelijke oplossingen waren. Ja, ik was redelijk goed voorbereid.  Maar dat maakte het er niet minder zwaar op.”

Is het maken van een film niet altijd een helse opdracht?

 

RAF : “Dat moet je misschien vragen aan iemand die al meer films heeft gedraaid.”

Je hebt jarenlang samengewerkt met Roel Mondelaers.

 

RAF : “Ja, we hebben eigenlijk onze vertelstijl een beetje samen ontwikkeld, veel commercials samen gedaan, we hebben vijf kortfilms samen geschreven en er één samen gemaakt. En in ons commercial werk hebben we altijd heel erg op het narratieve gespeeld : hoe vertel je dat verhaal in dertig seconden?  Die waren altijd heel erg toegankelijk, met de focus op de personages en op humor ook wel. Maar we zijn allebei apart beginnen werken aan een langspeelfilm, en zo kwamen we op een gegeven moment met elkaar in competitie voor productiesteun bij het VAF. Omdat we beiden debutanten waren, wisten we dat er maar één van beiden geld zou krijgen. De avond voor de dag dat de beslissing over de subsidies zou vallen, zijn we samen nog eens goed pinten gaan pakken.  Omdat we wisten : straks moet één van ons beiden misschien afhaken. Want wij waren eran overtuigd dat het VAF bij eenzelfde subsidieronde nooit twee debutanten zou ondersteunen. Maar tot onze eigen verbazing werden beide dossiers goedgekeurd. Dus dat was een heel leuk moment. En uiteindelijk is mijn film een jaar uitgesteld doordat de financiering niet sneller rond geraakte.”

 

Zijn film was ‘Plan Bart’. Heb je iets geleerd uit zijn release?

 

RAF : “Dat is eigenlijk niet te vergelijken. Roel heeft een romantische komedie gemaakt en als je een naam op mijn film moet plakken, kan je misschien spreken van een tragikomische roadmovie, dus het zijn twee heel verschillende films.  En Roel had KFD als verdeler en ik heb Cinéart, dus die staan bij wijze van spreken al voor twee verschillende circuits.  Maar ik heb toch ook de ambitie om een breder publiek aan te spreken dus ik heb ‘Paradise Trips’ niet enkel voor de arthouse cinemas gemaakt.  Ik heb er zolang aan gewerkt dat ik echt hoop dat veel mensen de film gaan zien.”

 

 

Zie ook

Deel 1 interview

Deel 2 interview

Interview Gene Bervoets

Interview Jeroen Perceval

Interview Line Pillet

Trailer ‘Paradise Trips’

De wereldpremière : een impressie

Bekijk ook

VTM GO-reeks Vloglab krijgt een film!

De populariteit van de VTM GO-reeks Vloglab kent geen grenzen. De serie ging in première …