Home / Nieuws / Interviews / “Matthias Schoenaerts is een zeer zeldzaam schepsel”

“Matthias Schoenaerts is een zeer zeldzaam schepsel”

Er was eens: een film over een legendarisch schip dat de dieperik inzonk, twee geliefden en een held van lage komaf. Nee, we hebben het niet over ‘Titanic’. Wel over ‘Kursk’, de duikbootfilm van Thomas Vinterberg (‘Festen’, ‘Jagten’), die gisteren in première ging op Film Fest Gent. Tussen de screenings door kregen wij hem te pakken voor een gesprek over wodka, Poetin en natuurlijk hoofdrolspeler Matthias Schoenaerts.

We schrijven 1995. Lars Von Trier, Thomas Vinterberg en nog twee Deense regisseurs ondertekenen het Dogma 95-manifest, waarin ze plechtig beloven om geen rekwisieten, decor, muziek, belichting, filters of optische effecten in te zetten bij hun films. Genrefilms zijn niet toegestaan, moord en wapens zijn uitgesloten en de naam van de regisseur mag niet in de aftiteling. Aan hun bekendheid deed dat in elk geval geen afbreuk: Lars Von Trier roerde vriend en vijand met het expliciete ‘Idiots’, Thomas Vinterberg reef de prijzen binnen met ‘Festen’. Intussen lieten beiden de strikte regeltjes al geruime tijd achter zich, met Vinterbergs ‘Kursk’ als ultieme bewijs. Een nagebouwde duikboot als set, beklijvende Russische muziek en bloedstollende stunts maken het een echte spektakelfilm. Al blijft het dansende camerawerk een knipoog naar de rebelse dagen van toen.

Voor wie zich afvroeg waarom we net een hele alinea volschreven over een Deense regisseur op een platform voor Belgische film: ‘Kursk’ is wel degelijk ook voor ons land een paradepaardje.  Niet alleen was Belga Productions coproducent project, ook ging de hoofdrol naar Matthias Schoenaerts. Hij vervelt tot een rasechte zeebonk, met een formeel uniform en nieuw lexicon van scheepstermen als belangrijkste transformatie. Verder werd er gedraaid in het Vlaamse boeregat Lint, waar de AED Studios veranderden in een claustrofobisch duikbootcel. Een speciaal waterbassin werd de locatie voor de vele onderwaterscènes.

Dat was nochtans niet het oorspronkelijke plan. De opnames zouden doorgaan in echte Russische schepen, maar daar stak de geopolitiek een stokje voor.  Hoewel impliciet, werd de kritiek op president Poetin in de film niet echt gepruimd in Rusland. Poetin besliste na het zinken van de militaire duikboot ‘Koersk’ in 2000 immers om geen buitenlandse hulp in te schakelen, hoewel er nog verschillende overlevenden vastzaten. Zelf bezat de Russische zeemacht niet over het geschikte apparatuur voor een reddingsactie. Pas dagen na de ramp bereikten duikers het wrak, om de 23 laatste mannen dood aan te treffen. Stof voor Vinterberg om er een nagelbijtend lange doodsreutel van te maken, hoe hard je ook wenst dat er toch een happy ending zal volgen.

Hoe maak je een film over een verhaal waarvan iedereen het einde al kent?

Wat wij moesten doen, was het publiek uitnodigen om zelf die personages te worden en met hen op reis te gaan. En die personages blijven teren op hoop, dus ook het publiek moet hoop hebben. Zelfs al weet je diep vanbinnen wel hoe het eindigt. Maar wij mensen hebben heel wat ervaring met het onder de tafel schuiven van bepaalde zaken, dus dat is ook wat kijkers hier doen. Ze blijven hopen dat we het einde anders zullen laten uitdraaien. Je creëert die illusie, en probeert om mensen daarin te laten duiken.

Hoe dicht bleef je bij het originele verhaal?

Dit is echt een fictiefilm, geen documentaire. Zo had het hoofdpersonage in realiteit geen kinderen. Maar we wouden dat hij representatief was voor de rest van de crew, die in totaal 79 kinderen achterliet. Ook veranderde ik alle namen van de Russische admiralen, en haalde Poetin eruit. Ik wou niet te veel met het vingertje wijzen, want de film gaat over veel meer dan dat. Wel deden we veel moeite om trouw te blijven aan de waarachtigheid van het verhaal. Zo huurden we een Russische adviseur in, die vroeger zelf dienstdeed op die duikboten. Ook hadden we de echte David Russell (de Britse officier vertolkt door Colin Firth) bij ons gedurende het hele proces. En ik liet Matthias heel wat handleidingen lezen over al die duikboottechnieken, compartimenten en scheepstermen. Maar sommige dingen weten we ook gewoon niet. Hoe lang ze overleefden, bijvoorbeeld. Er zijn daar vier grondige onderzoeken over, en alle vier zeggen ze iets anders. Maar waarschijnlijk was het wel minder lang dan wij in de film doen uitschijnen.

Je wilde niet zomaar met het vingertje wijzen, maar de woede is wel gebleven in de film.

Natuurlijk, we benadrukken wel dat er iets scheef zat in het systeem van de Russische zeemacht. Ze namen de beslissing om geen buitenlandse hulp te aanvaarden. Die beslissing maakte me kwaad, maar is ook interessant als je wat dieper kijkt: wat betekent dat voor Russische burgers? Zij hebben een gevoel van collectiviteit, dus interpreteren dat offer heel anders dan wij. Aan de ene kant stonden die 23 mensen, maar daartegenover de nationale trots en de belangrijkste geheimen van hun zeemacht. En in Stalingrad waren ze 250 000 mensen verloren. Wij voelen ons al snel een beetje “Saving Private Ryan”, maar de CIA heeft ongetwijfeld vergelijkbaar bloed aan hun handen. Alleen bespelen zij de pers beter. Pas op, ik probeer het niet goed te praten. Precies daarom is er ook dat kleine jongetje op het einde, die weigert om de Russische gezagvoerder een hand te geven. Ergens ben ik dat jongetje.

Bij het draaien in Rusland stootten jullie op tegenkanting van de Russische overheid. Hoe zat dat juist?

Eerst en vooral: er is mij nooit gevraagd geweest om Poetin uit de film te halen. Het was een belangrijke symbolische beslissing, zoals ook gebeurde bij ‘Saving Private Ryan’. We wilden gewoon niet verplicht zijn om specifieke mensen te portretteren, maar zelf zeggenschap hebben. Maar we zijn inderdaad aanvankelijk in zee gegaan met een Russisch bedrijf, omdat we bepaalde scènes op Russische oorlogsboten wilden opnemen. We waren welkom, op bepaalde voorwaarden. Ze wilden dat ik bepaalde aspecten meer specificeerde in de film, maar waren niet echt bezorgd om de waarheid. Zij hadden een sterke visie op hoe het er allemaal moest uitzien, en dat was voor mij problematisch. Daarnaast was EuropaCorp (productiehuis van ‘Kursk’) toen nog een Amerikaans bedrijf, wat geen goede combinatie was met die Russische entiteit. Uiteindelijk heeft EuropaCorp de samenwerking opgeblazen. Er was veel onbegrip: de mensen in Los Angeles vonden het niet nodig om die Russen te begrijpen. Er was dus arrogantie langs beide continenten.

Waarom koos je ervoor opnieuw samen te werken met Matthias Schoenaerts?

Hij was diegene die mij uitnodigde om deze film te maken! Maar sowieso is Matthias een zeer zeldzaam schepsel. Extreem getalenteerd, met een enorme artistieke integriteit. Hij is een echte man: sexy, maar ook vervuld van trots en waardigheid. En tegelijk heeft hij van die kwetsbare ogen, met een zekere tristesse in. Verder kent hij heel wat acteertechnieken, hij speelt al sinds zijn kindertijd. Het is dus een hele waaier van kwaliteiten waarmee hij me intrigeert. Veel acteurs doen op den duur altijd hetzelfde, waardoor hun aura in elkaar stort. Bij Matthias blijf ik nieuwsgierig.

Geen enkele acteur spreekt Russisch in de film. Hoe heb je er toch voor gezorgd dat de Russische personages geen stereotyperingen worden?

Voor mijzelf was die taal van in het begin erg problematisch. Het deed me zelfs bijna rechtsomkeert maken. Maar dan ben ik er beter over beginnen nadenken. Wat is taal eigenlijk? Volgens mij gaat het om meer dan de woorden die uit iemands mond komen. Uiteindelijk heb ik er een uitdaging van gemaakt. Het feit dat ze Engels spraken, beschouwde ik als een pistool dat tegen mijn hoofd gedrukt werd. Precies daardoor ben ik tot het uiterste gegaan om de personages zo geloofwaardig mogelijk te maken. Sowieso had ik altijd al veel respect voor Rusland. Ik ben nu niet naar Rusland gegaan om de cultuur te bestuderen, want om eerlijk te zijn, dat durfde ik niet. Maar ik ben er een paar jaar geleden wel geweest, en toen al bewonderde ik de directheid van Russen. Hoe meer je oostwaarts gaat, hoe minder er gezeverd wordt. Het is een trotse cultuur. Ik probeerde ook zoveel mogelijk de clichés te vermijden. Behalve één keer: wanneer de mariniers wodka bovenhalen in de duikboot. “Stop! Wij hadden geen wodka aan boord!”, riep onze adviseur tijdens die scène. “Hadden jullie dan geen alcohol?”, vroeg ik. “Jawel, maar wij dronken rode wijn”.  Toen heb ik echt gezegd: “Dude, dat gaan mensen nooit geloven.” Wel grappig, hoe net de realiteit soms fake overkomt.

Het is inmiddels bijna 25 jaar geleden dat je onder andere  met Lars Von Trier de Dogma-beweging oprichtte, waarin zoiets uit den boze was. Hoe kijk je daar nu op terug?

Toentertijd wilden wij het filmvak helemaal strippen, we wilden het terug naakt en puur maken. Het was een manier om artistiek risico’s te nemen, dat houdt je scherp. Maar toen ontplofte alles in ons gezicht, want het werd een hype. Dat wilden we ook, we wouden er een stroming van maken, maar het leidde tot arrogantie. Het artistieke risico verdween, het werd een stijl. Dat betekende meteen het einde ervan. Voor mij persoonlijk gold ook dat ‘Festen’ de ultieme film was die ik in die richting kon maken. Die film had alles wat ik was als filmmaker, alles waar ik vandaan kom. Maar ik geraakte niet verder dan dat, dus ik moest mezelf wel compleet heruitvinden.

Is het intussen tijd voor een nieuwe beweging in die aard?

Misschien. Dat zal je zien in mijn volgende film! Het wordt een Deense film, en een ode aan alcohol. Niet alleen over dat je eraan sterft, maar vooral over de kwaliteiten ervan. Ik keerde ervoor terug naar mijn Deense roots, en ging ook weer aan het schrijven.

Wij zijn alvast benieuwd, bedankt!

Bekijk ook

Meer dan een logo: achter de schermen van Flanders Image

De Vlaamse film doet het beter dan ooit. Prijzen en festivalselecties regenen binnen, ‘Girl’ dingt …