Home / Nieuws / In de zalen / Tien (van de 75 redenen) waarom u ‘Sprakeloos’ moet zien

Tien (van de 75 redenen) waarom u ‘Sprakeloos’ moet zien

We houden oprecht van ‘Sprakeloos’. En we hopen voor u hetzelfde. Al was het maar omdat u er deugd van zult hebben, meer mens zult worden.

De film vertelt hoe het leven van de succesvolle schrijver Jan Meerman ondersteboven wordt gekeerd wanneer zijn moeder onverwachts een beroerte krijgt. De flamboyante en levendige dame die hij altijd heeft gekend verliest haar spraakvermogen en kan zich alleen nog uitdrukken in jammerlijke kreten en brabbeltaal.

Jan worstelt in deze moeilijke periode met de deadline van zijn nieuwe roman. De confrontatie die Jan moet aangaan met zijn moeder dwingen hem om alles in vraag te stellen, ook zijn literaire prioriteiten.

We hadden 75 redenen kunnen bedenken waarom u deze film niet mag missen, maar omdat u geen tijd mag verliezen om de film te gaan zien, beperken we ons tot tien.

1)    Hilde Van Mieghem heeft de durf gehad om een film te maken die op het boek gebaseerd is, en die toch anders is, die los staat van het boek.  Het gebeurt niet zo vaak dat een schrijver van een boek zo fel achter de verfilming staat. Herman Koch verguisde onlangs nog de Amerikaanse bewerking van ‘Het diner’ op het filmfestival van Berlijn.  Het enthousiasme van Tom Lanoye spreekt boekdelen. Van Mieghem schreef samen met Bert Scholiers maar liefst 21 versies van het script, dat echt afstand durft te nemen van de roman. Of hoe een bestsellende roman best wel eens een kaskraker zou kunnen opleveren.

2)    Viviane De Muynck overtreft zichzelf nog maar een keer.  In oktober kreeg ze nog de Carrièreprijs van de Acteursgilde, maar haar strafste rol moest toen nog komen. Als je leest in een script wat haar te doen staat in de film, dan denk je : 95 % zeker dat het niet werkt. Een afasiepatiënte spelen druist zo in tegen de mogelijkheid van enige naturel. Maar wat zij ermee doet, daar kan je alleen ‘chapeau’ tegen zeggen.  Geen wonder dat ze zo graag hoeden draagt.

3)    Stany Crets zet een heel andere vertolking neer dan in ‘Alles moet weg’, waar hij voor het eerst in de gedaante kroop van een alter ego van Tom Lanoye.  Hier is hij ingetogen, stil en lijkt hij heel ver weg te staan van de Lanoye die we kennen van op de podia. Hij is de man die even geen woorden meer heeft voor wat hem overkomt.  Crets kan een straf acteur zijn als hij zich laat regisseren.  Dat zagen we eerder ook al in ‘Groenten uit Balen’, maar even goed in tv-series waar hij het minder van de intensiteit moest hebben, zoals in ‘Amateurs’ of ‘Oud België’.

 

4)    Hilde Van Mieghem is een acteursregisseur.  Ze heeft veel betekend voor de carrières van Veerle Baetens en Matthias Schoenaerts en ook voor die van haar eigen dochter Marie Vinck, die hier echt een prachtrol neerzet.  Even denk je : ze is de moeder in de flashbacks, de dame die in het bewegend fotoalbum van de jaren stilletjes door de juiste decors mag paraderen. Maar ze heeft een rol van een intensiteit die je aan het trillen brengt. Flor Decleir heeft op zijn beurt gevochten om erbij te mogen zijn. En zet hierbij een belangrijke stap in zijn strijd om ons te laten vergeten dat hij de zoon van Jan is.  Ze zijn allemaal goed, de acteurs.  De vader, Rik Van Uffelen, die de grote man klein speelt.  De jongen – we zoeken zijn naam – die de rol van Guy speelt. De kinderen ook… En Hans Kesting, die de vervelende Hollander moet spelen, het lief van Jan Meerman die er vaak bijloopt als het vijfde wiel aan de wagen.  Geen moment irriteert hij.  Iedereen in de film, hoe klein ook het personage, heeft zijn of haar verhaal. En je voelt met allen mee. Je vergeet dat je naar acteurs zit te kijken. Het zijn mensen, mensen die je het beste wil wensen.

5)    De decors.  De film speelt zich af in vele tijden.  Hij gaat terug naar de tijd toen Josée en haar man Roger elkaar leerden kennen, toen zij als jonge actrice op de planken van het amateurtheater stond en hij aan haar lippen hing.  Hij gaat terug naar de tijd dat de oudste zoon een jonge volwassene was… En we glijden subtiel van de ene periode in de andere.  Het huis naast de slagerij, waar Josée en Roger hun jonge en ook hun oudere jaren beleefden, groeit mee als personage.  Nergens wordt de tijd van toen een kneuterig prentenboek zoals we dat weleens plachten te zien in de Vlaamsche Filmkes.  Nee, Kurt Rigolle, een man met een faam als het op het aankleden van een set aankomt, verdient een pluim. Evenzeer als Wim Vanswijgenhoven, een DOP die behoorlijk wat sterke kortfilms op zijn palmares heeft, maar hiermee zijn eerste Vlaamse langspeler aflevert.  Meteen een visitekaartje om u tegen te zeggen.

 

6)    Jef Neve is stilaan een volleerd filmcomponist.  De eerste keer liet hij zich opmerken met zijn score voor ‘Dagen zonder lief’, die andere Sint-Niklase film die we maar niet kunnen vergeten. Ook voor ‘De helaasheid der dingen’ schreef hij de muziek en voor de serie ‘In Vlaamse Velden’.  Wat hij in ‘Sprakeloos’ doet is misschien wel zijn meest subtiele filmscore tot nu toe.  Muziek die met heel weinig veel zegt. Wie heeft Morricone nodig als Neve er is?

 

7)    ‘Sprakeloos’ is een familiefilm.  Het is een verhaal dat ons allen aangaat. We hebben allemaal een moeder.  Want Jan Meerman, het personage van Stany Crets, roept het enkele keren : ‘Dit is geen mens, dit is mijn moeder.’ Je ziet haar wanneer ze jong is, je ziet haar in al haar zottigheid en in al haar pijn.  Een film om met je moeder naartoe te gaan. En om als moeder met je zoon te gaan zien.

8)    Hoe luid Hilde Van Mieghem bij momenten kan zijn, zo stil en ingehouden is haar film.  Mede de verdienste van Philippe Ravoet, topmonteur die weet hoe een film te verknippen.  Of het nu ‘De zaak Alzheimer’ is, ‘Swooni’, ‘Hasta la vista’, ‘Tot altijd’, ‘Marina’, ‘De behandeling’, ‘Achter de wolken’ of ‘De premier’, wees er maar zeker van dat het feit dat al die topfilms hun toon vinden, voor een groot deel te danken is aan Philippe Ravoet.  Geslaagde films zijn consequent.  En dat komt doordat aan het eind gewoonweg alles klopt, alles geloofwaardig is. Zoals in deze ‘Sprakeloos’.

 

9)    Vlaanderen heeft geen regisseurs van rijpere leeftijd, in tegenstelling tot andere beschaafde landen, maar het is goed dat we stilaan gaan begrijpen dat ouderen ook hun films verdienen. Dat oude mensen ook hun verhalen hebben. En vaak meer verhalen hebben dan jonge mensen.  Zet een camera op een jongeling en de vertedering vloeit voort uit het gevoel dat nog zoveel moet komen. De onwetendheid is haast charmant.  Zet een camera op een ouder mens en het is het teveel weten dat pijn doet, of het niet meer weten. Maar het gevoel is even sterk.  Meer nog.

Het is zoals Hilde Van Mieghem het zelf zei toen ze aan de film begon : “Het verlies van een ouder is ontredderend, en vroeg of laat worden we er allemaal mee geconfronteerd.Hoe universeel het thema ook is en hoe groot onze behoefte om de bijkomende emoties te delen, zelden wordt de weerslag van deze fase treffend gebracht in boeken en films.”

 

10) Sint-Niklaas.  Dialect doet leven.  Dat hoorden we de laatste tijd al wel vaker.  Het zorgt allemaal voor een echtheid die je voelt zonder dat je daarom de taal hoeft te spreken.  Een doorleefdheid die tot in de poriën kruipt.  Hoe localer, hoe universeler.  ‘Sprakeloos’ is lang geen Vlaamse film. ‘La langue de ma mère’ heeft de kracht en de beelden om alle grenzen over te steken. Duimen maar.

Bekijk ook

Speciale vermelding voor Retrospekt op Brussels International Film Festival!

Zonet vond de slotceremonie plaats voor de derde editie van het Brussels International Film Festival. …