Vlaamse danser-choreograaf heeft een Britse horrorfilm gedraaid

 

Begin de jaren negentig studeerde Michaël Boucherie (45) een jaar lang regie aan Sint-Lukas in Brussel. Maar uiteindelijk koos hij voor een danscarrière en herpakte pas de filmstudies toen hij begin de veertig was en in Engeland dansfilms wou gaan draaien. Zijn langspeelfilmdebuut ‘Where The Skin Lies’ is geen dansfilm, maar een horrorfilm geworden. Een Belgisch-Britse coproductie. De film is net klaar en we kregen de regisseur te pakken voor een kort gesprek.  Hoe iemand danser wordt en vervolgens filmmaker, vroegen we hem.

“Ik ben begonnen heel jong aan het conservatorium van Kortrijk, met klassiek ballet. Maar toen ik  op achttienjarige leeftijd, net zoals iedereen anders, moest beslissen wat ik verder ging studeren, heb ik grondig nagedacht over waar ik mijn talenten en interesses in kwijt kon, en ik kwam tot de conclusie dat ik filmregie wou studeren.  Ik heb toen de toelatingsproeven gedaan aan Sint-Lukas in Brussel voor wat toen ‘Film & video’ heette. Dat was toen nog onder leiding van Marc Didden. Ik spreek over 91-92.  Ik heb het eerste jaar uitgedaan, en ik was geslaagd, maar ik vond mezelf nog ergens te jong, en ik miste het dansen, dus heb ik mijn bachelor’s degree in moderne dans gehaald aan de Amsterdamse hogeschool voor de kunsten aan de afdeling Theaterschool.”

Eerst danser, dan filmmaker

“Daarna heb ik een aantal jaren professioneel gedanst in Nederland en Duitsland, en dan ben ik een aantal andere dingen gaan doen in mijn leven.  Maar ik heb altijd geweten dat ik vroeg of laat terug zou komen naar regie. Alleen moest ik eerst wat levenservaring opdoen. Uiteindelijk heeft het geduurd tot 2012 eer ik klaar was om mijn filmstudies terug op te nemen. Ik heb in Londen eerst een MFA behaald, een Mastership in Fine Arts & Creative Practice,  en daar heb ik voornamelijk op choreografie en video gewerkt, omdat ik eerst de band met het dansen weer wat wou aanhalen, en back to back heb ik toen aan het Drama Center in Central Saint-Martin’s in Londen de opleiding filmregie gevolgd.”

foto Kim_Ayres : Luke Deering, Joy Harrison, Michaël Boucherie, Francis Cullen volgen wat er gebeurt op het scherm

Je bent destijds je filmstudies begonnen in Brussel. Waarom ben je dan nu in Engeland gaan studeren?

“Sowieso, dat soort opleiding bestaat niet in België, die dans/video opleiding die ik in Engeland gevolgd heb. Maar ook, mijn volwassen leven situeert zich eigenlijk voornamelijk in het buitenland. Het is pas de laatste jaren dat ik meer in België ben. Dus voor mij was het niet zo’n rare beslissing om in het buitenland te studeren, ik voel me daar sowieso thuis. En ik heb gewoon de school gekozen die het meest in de lijn ligt van mijn interesses.”

“Doordat ik een certificaat van het British Film Fund op zak had, zag de Belgische coproducent dat ik niet zomaar een first-time filmmaker was.”

De film die je gemaakt hebt is een compleet onafhankelijke productie.  Moeten we daaronder verstaan dat je een low-budget film gedraaid hebt, of is hij eerder no-budget?

“Technisch gezien kan je wellicht spreken van een microbudget.  Dat is nog iets lager dan low-budget. De film is gedraaid met privé-investeringen en met de taxsheltersteun van de Belgische regering en de  UK Filmcredit. Want de film is een BFI-certified production. We zijn de test van de British Film Institute gepasseerd als Britse film. Het is dus een Brits-Belgische coproductie en we genieten zowel van de taxshelter als van de UK tax credit.

Je bent onbekend in het filmmilieu. Hoe heb je de Belgische coproducent Animal Tank overtuigd om mee in zee te gaan?

“Precies. Wel, omdat ik aan het Drama Center van Saint Martins heb gestudeerd in Londen, dat is de school waar mensen als Pierce Brosnan, Paul Bettany en Colin Firth op de banken hebben gezeten, leek het me geen slecht idee om te genieten van het momentum en daar meteen mijn eerste langspeler op te zetten. Via de netwerken daar heb ik de producer Joy Harrison ontmoet, die iets in mij zag omdat ik heel acteursgedreven werk. Maar als we er een Belgische coproductie van wilden maken, moesten we ook in België een producent vinden, anders kan je niet van de taxshelter genieten. Het was Pieter Dewinter van Flanders Film Funding, een gespecialiseerd taxshelterbedrijf, die me met mensen in contact gebracht heeft. En zo ben ik bij Animal Tank terechtgekomen. Brecht Van Elslande heeft daar naar gekeken, hij zag dat die productie al redelijk op poten stond in Engeland. Het feit dat BFI Certificate dat we hadden, wekte wellicht een zeker vertrouwen : aha, dat is niet zomaar een first-time filmmaker, maar iemand die weet wat hij doet. Ik denk dat hij mede daaruit afleidde : dit is een echte productie die haar vruchten zal afwerpen.”

“Als choreograaf ben ik het gewoon om me af te vragen wat je met een ruimte kan doen.”

 

De kleur van de huid

Op je filmsite vernam ik dat je niet vertrokken bent van een idee, maar van een locatie.

“Het is eigenlijk heel spontaan voortgevloeid uit een conversatie die ik met mijn director of photography had, die ook de kortfilm gedraaid had die ik als afstudeerproject had gemaakt. We waren met de ‘grading’ bezig, de kleuraanpassing, van de kortfilm, en ik vroeg : “Wat is eigenlijk ons ijkpunt om de kleuren te bepalen?” Hij flapte er gewoon uit :  “Where the skin lies”. Daarmee wou hij zeggen : kijk naar de tint van de huid, zorg dat de huid er normaal uitziet en dan zit je goed. Ik vond dat zo’n fantastische uitdrukking, en ik ben eigenlijk met dat element begonnen en met de locatie waar hij heel graag had gefilmd. Omdat ze filmisch heel wat mogelijkheden bood. Ik heb die twee elementen aan mijn broer David gepitcht. Ik heb gezegd : “‘Where the Skin Lies’ zou de titel zijn, dit zou de locatie zijn en ik zou graag in het horrorgenre werken, zodat ik op één bepaalde locatie met een beperkte groep acteurs aan de slag kan.”  En mijn broer is met een concept op de proppen gekomen en daarna hebben we samen het script ontwikkeld. Vanuit mijn choregrafische achtergrond was het ook heel boeiend om vanuit een locatie te vertrekken. Ik ben heel erg geneigd om te kijken : wat zijn de mogelijkheden?  Wat kan je met die ruimtes doen? Hoe kunnen de personages erdoor bewegen en hoe vertel je dan het verhaal?  Het is misschien niet echt een typische manier om aan een script te beginnen, maar voor mij, met mijn choreografische achtergrond voelde die methode heel natuurlijk aan. Dus we hebben een heel uitgekiend locatierapport bezorgd aan mijn broer, zodat hij dat hele huis virtueel kon bewandelen om zijn scenario te ontwikkelen.”

Had je broer eerder al scenario’s geschreven?

“Nee, mijn broer is software-engineer.  Maar hij schrijft graag en hij heeft  een fantastische verbeeldingskracht. Vroeger schreef hij ook wel voor PC-Magazine, een computerblad, dus hij had nog wel geschreven. Maar het was zijn eerste scenario. Hij ziet zichzelf niet als schrijver, maar ik wel.”

“Als ik naar de bioscoop ga, wil ik in een andere wereld belanden.”

Foto Kim Ayres : Alexandra Knights aan het werk met Amelia Bennett

 

Horror is goed voor de commerce

 

Het feit dat het een horrorfilm geworden is, vloeit dus ook volledig voort uit de locatie?

“Ik hou van alle genres. Voor mijn volgend project ben ik een science-fictionverhaal aan het schrijven. Als ik naar de bioscoop ga, wil ik in een andere wereld belanden. Of het een avonturenfilm is of een horrorfilm, het maakt niet uit. Als ik maar even uit de dagelijkse realiteit kan verdwijnen. Maar het blijft allemaal herkenbaar. Er gebeuren dan misschien wel enkele zaken die bovennatuurlijk zijn, maar ik stel me de vragen : wat zouden echte mensen doen?  Wat is een echte menselijke beleving in zo’n fantastisch kader? Dat boeit me enorm, omdat het zowel mijn interesse in de verbeelding beantwoordt, maar ook mijn interesse in menselijk gedrag. Dus het is die combinatie tussen die twee die ik zoek. En horror leek me voor mijn eerste film niet slecht voor de verkoop. Er speelt dus ook een commercieel aspect mee.”

 

Kan je even het verhaal schetsen?

 

“Het verhaal gaat over een groep van zes mensen die elkaar kennen door een traumatische ervaring. Ze hebben samen een overval overleefd. En ze zijn nadien samen door de therapie gegaan. Het zijn niet echt vrienden, maar lotgenoten, ze kennen elkaar op een intieme manier door die groepstherapie. Ons verhaal begint wanneer ze aankomen in een groot huis in de Schotse laaglanden, waar ze verzamelen voor een afsluitingsreünie.  Daar blijkt dat ze allemaal onafhankelijk van elkaar een tatoeage hebben laten zetten.  Een voorval dat te vreemd is om louter als toeval afgedaan te worden. Dat er wel degelijk iets aan de hand is, blijkt wanneer die tatoeages zich heel vreemd beginnen te gedragen en ze de onderlinge verhoudingen tussen de mensen gaan beïnvloeden. Op de duur gaat de hele groep uiteen vallen. Het begint dus allemaal met een bovennatuurlijk element, maar we bouwen vooral verder op het falen van het menselijke gedrag.”

De acteurs zijn allemaal Brits.

 

“Ja, en ook de crew op de set was Brits. Heel toevallig bleek dat de man die we aangeworven hadden als gaffer ook een Belg was, maar voor de rest waren mijn broer David en ik de enige Belgen die aan de film werkten tijdens de draaiperiode. Maar alles van postproductie hebben we in België geparkeerd. Behalve de montage.  Daarvoor heb ik een beroep gedaan op George Clemens, mijn monteur in Engeland. Hij heeft de picture-cut gedaan, en met die gemonteerde versie ben ik naar België gekomen.  En al de rest is hier gebeurd : de componist is Belgisch, Jan Borré, heel fijne man om mee samen te werken, iedereen die aan de audio-postproductie heeft gewerkt, is Belgisch, dat zijn mensen van ‘ThinkNTalk’, een bedrijf uit Brussel en de grading plus het technische aspect van de film te verpakken als iets wat je kan vertonen in de bioscopen, het aanmaken van de DCP’s, dat is allemaal gebeurd door VC Studio’s in Gent.  Die hebben trouwens ook alle VFX voor hun rekening genomen.”

“Ik zou graag films maken waarvoor mensen zich naar de bioscoop verplaatsen, en waarvoor ze een ticketje willen betalen.”

 

Heeft crowdfunding nog zin?

 

Je hebt ook nog een crowdfunding-campagne lopen. Nog één.  Op de duur zou je je gaan afvragen of die campagnes nog werken.  Je ziet tal van dergelijke campagnes die nauwelijks een cent binnenhalen.

 

“We wilden zeker geen film maken die afhankelijk was van crowdfunding. Ik wou mijn financieel plan in orde hebben, zodat ik zeker wist dat ik de film kon afleveren. Dat is ook een voorwaarde om voor taxshelter in aanmerking te komen. Ik heb er dus voor gezorgd dat het financieel plan helemaal gezond in elkaar zat. De crowdfunding hebben we gelanceerd opdat we wat geld zouden hebben om die film naar de markt te kunnen brengen.  Via salesagents naar distributeurs brengen, festivals aandoen, etc…Dat kost ook centjes. Maar de crowdfunding is nooit essentieel geweest om de film te maken, maar is belangrijk om de film alle slaagkansen te geven als commercieel product.  Ik weet ook niet hoe efficiënt crowdfunding nog is. Het is ook een beetje een testcase voor mij. Zelf heb ik het gevoel, als kunstenaar wil ik een product maken dat mensen aanspreekt op emotioneel vlak, en toch intellectueel ook blijft nazinderen, zodat je er nadien zelf nog kunt nadenken over wat je gezien hebt, maar het moet ook commercieel vatbaar zijn. Ik zou graag films maken waar mensen graag naar komen kijken. Films waarvoor mensen willen betalen en er zich voor naar de bioscoop willen verplaatsen. Ik wil dus zeker niet afhankelijk zijn van crowdfunding. Ik wil gewoon kunnen zeggen : “Dit is de film die ik heb gemaakt, wil je nu komen kijken of niet?” Maar natuurlijk, dit is mijn eerste film, ik heb nog geen naam en dus kan ik wel wat bijkomende fondsen gebruiken om er de aandacht op te vestigen dat ik een film gemaakt heb. Of misschien kan ik wat extra ondertiteling bekostigen om de film naar meer festivals te kunnen sturen. En ook om de kostprijs te dekken van die festivals en zo meer.”

Foto Kim Ayres : Michaël omringd door leden van cast en crew op de set van zijn eerste langspeler.

‘Couple in a hole’ van de Belgische filmmaker Tom Geens haalde enkele topfestivals, werd in Engeland overladen met lovende kritieken, maar de film geraakt bij ons niet in de zalen.  Zullen we jouw film in de Belgische bioscopen zien?

“Ik zou dat heel graag hebben. Samen met Brecht van Animal Tank zijn we zeker aan het uitzoeken hoe we distributie in België kunnen krijgen. Idealiter in de Benelux. We hebben gisteren een eerste privé-screening gehouden in Londen, in de Curzon Theatre in Soho, voornamelijk voor cast en crew, maar we hebben ook een aantal mensen uit de industrie uitgenodigd, en de reacties waren heel positief. Maar we zoeken inderdaad nog distributie voor het VK, voor de Benelux en ik heb nu ook goeie contacten met een klein bedrijf in L.A. dat misschien de Noord-Amerikaanse rechten zal kopen. Maar nogmaals, als first-time filmmaker kan je niet op je reputatie teren. Je moet er dus voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen de film zien. En nu pas is hij af, kunnen we hem effectief gaan tonen aan salesagents, distributeurs en festivals. En dan maar hopen.”

Zie ook : de trailer van ‘Where The Skin Lies’

Bekijk ook

2022: A New Dawn voor film van bij ons!

2022 was een prachtjaar voor de Belgische cinema. In Cannes waren we rijkelijk aanwezig en …